Uitspraak
[verdachte],
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Het onderzoek ter terechtzitting
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
.
6.De motivering van de maatregel
(…)
Rechtbank Gelderland
Op 4 juli 2013 probeerde een 19-jarige man zijn stiefvader te doden door met een mes meerdere steken toe te brengen, nadat hij hem had gewaarschuwd en achterna gezeten. De rechtbank stelde vast dat verdachte tijdens het delict in een ernstige psychotische toestand verkeerde, mede veroorzaakt door middelengebruik en een pervasieve ontwikkelingsstoornis.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege de psychische gesteldheid van verdachte en het ontbreken van een redelijk belang bij strafrechtelijke vervolging. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat de vervolging terecht was ingesteld gezien de ernst van het feit en eerdere justitiële contacten.
De rechtbank verklaarde bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, poging tot doodslag, had begaan. Uit een gedragsdeskundig rapport bleek dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het delict. De rechtbank achtte het beroep op ontoerekeningsvatbaarheid geslaagd en sprak verdachte vrij van straf.
Vanwege het gevaar voor recidive en het risico dat voortkomt uit het middelengebruik en de psychische stoornis, gelastte de rechtbank een plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van maximaal één jaar. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Zutphen op 25 februari 2014.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor maximaal één jaar.