Verzekerde stelde dat zij leed aan de ziekte van Lyme en dat de door haar gevolgde behandeling met Ceftriaxon in de Walborg Kliniek vergoed moest worden door VGZ. Zij baseerde dit onder meer op een CBO-richtlijn en een arrest van het gerechtshof Amsterdam. VGZ betwistte dit en stelde dat de behandeling niet conform de stand van wetenschap en praktijk was, mede omdat de behandeling intermitterend was en niet aaneengesloten zoals in de richtlijnen is voorgeschreven.
De rechtbank overwoog dat de verzekeringsvoorwaarden en het Besluit zorgverzekering bepalen dat vergoeding alleen plaatsvindt indien de behandeling doelmatig, doeltreffend en conform de stand van wetenschap en praktijk is. De rechtbank volgde het standpunt van VGZ dat de behandeling niet voldeed aan deze criteria, mede omdat de intermitterende wijze van toediening niet wetenschappelijk is onderbouwd.
Verzekerde kon niet aantonen dat de behandeling voldoende was beproefd en deugdelijk was bevonden door de internationale medische wetenschap. Het arrest van het gerechtshof Amsterdam bood geen steun, omdat daarin de verzekeraar onvoldoende gemotiveerd had betwist dat de behandeling wetenschappelijk was onderbouwd, wat hier anders was.
Daarom werd het verstekvonnis dat verzekerde toewijst vernietigd, de vordering van verzekerde afgewezen en werd zij veroordeeld tot terugbetaling van het door VGZ betaalde bedrag, alsmede tot betaling van de proceskosten.