Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Gelderland
De Fondsen, actief in Duitse winkelpanden en onderdeel van de Wieringerwaard Groep, vorderden betaling van €123.985,14 van HVB, hun voormalig statutair bestuurder. HVB had zichzelf twee facturen voor juridische kosten uitbetaald zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders, wat volgens de bestuursstatuten vereist was.
De rechtbank oordeelde dat het spoedeisend belang voor een kort geding onvoldoende was aangetoond, mede omdat de Fondsen over voldoende liquide middelen beschikten en geen concrete financiële noodsituatie was gesteld. Daarnaast was het bestaan van de vordering onvoldoende aannemelijk, omdat HVB de kosten had voorgeschoten voor juridische bijstand in overleg met de aandeelhouder, die op de hoogte was van de kosten en de strategie.
De rechtbank vond dat het beroep op het ontbreken van schriftelijke goedkeuring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, omdat de aandeelhouder op de hoogte was en HVB redelijkerwijs mocht vertrouwen op stilzwijgende toestemming. De vorderingen werden daarom afgewezen en de Fondsen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de Fondsen tegen HVB worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onaanvaardbaarheid van het beroep op bestuursstatuten.