Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
VONNIS
naam: [verdachte],
- [slachtoffer] op enig moment op die dag op de bank zat, terwijl zij een Japanse of Koreaanse serie aan het kijken was;
- hij, terwijl hij enige tijd met de riem in zijn handen achter die bank stond, de riem om de nek van [slachtoffer] heeft gedaan en deze riem vervolgens hard heeft aangetrokken. [slachtoffer] heeft zich verzet en heeft hard geschreeuwd. Bij deze handelingen heeft verdachte tevens zijn handen/duimen om de keel van [slachtoffer] gedrukt;
“ga ik het doen of ga ik het niet doen”. [20]
onverwachtsde riem om [slachtoffer] gedaan [22] en gehandeld zoals hierboven omschreven, aldus de verklaringen van verdachte.
- reeds in januari 2013 of in elk geval april 2013 de gedachte had dat hij [slachtoffer] wilde doden;
- twee dagen of één dag voorafgaand aan 25 mei 2013 hiervoor het moordwapen had uitgekozen (de riem) en dit wapen daadwerkelijk voor dat doel bij zich stak;
- de gedachte ([slachtoffer] te doden) in de woning van [slachtoffer] wederom kreeg terwijl hij de riem voelde;
- in de badkamer heeft overwogen zijn gedachte ten uitvoer te leggen;
- vervolgens na enige minuten de riem heeft gepakt en deze riem om zijn handen heeft gewikkeld (en verborgen heeft gehouden voor [slachtoffer]);
- vervolgens nogmaals ongeveer een half uur zijn genomen/te nemen besluit heeft heroverwogen,
Strafbaarheid van de verdachte
- 1 zwarte tas, merk rockstar;
- 2 souches van een zwarte tas;
- 1 zwarte jas, merk Carhartt;
- Zwart schoeisel, merk Vans, maat US 9.
Beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan;
- spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 tenlastegelegde;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht;
- gelast dat veroordeelde
- veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde], van een bedrag van € 11.680,96 (zegge: elfduizend zeshonderd tachtig euro en zesennegentig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2014, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] € 11.680,96 (zegge: elfduizend zeshonderd tachtig euro en zesennegentig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2014, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 93 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- beveelt de teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:
- 1 zwarte tas, merk rockstar;
- 2 souches van een zwarte tas;
- 1 zwarte jas, merk Carhartt;
- Zwart schoeisel, merk Vans, maat US 9.