Uitspraak
[verdachte],
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Het onderzoek ter terechtzitting
verdachtedeze gegevens heeft ingevoerd. Bij de gemeente Tiel was geen enkele controle en daarom valt niet uit te sluiten dat iemand anders met ‘het rugnummer’ van verdachte deze gegevens heeft ingevoerd. Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Tevens is onduidelijk – mocht er als een geldbedrag door verdachte zijn witgewassen – hoe groot dit bedrag dan is geweest.
(de rechtbank begrijpt: [klant 52])genoemd. [82] [klant 52] is als getuige gehoord en heeft verklaard dat zij in 2010 een cursus heeft gevolgd bij het ROC via de gemeente Tiel. Meer cursussen op kosten van de gemeente heeft zij niet gevolgd. Ze kent het bedrijf [klant 48] niet en heeft de opleiding die genoemd staat op de factuur niet gevolgd. Bij de gemeente Tiel heeft zij gesproken met [voorganger van verdachte]. [83] [voorganger van verdachte] heeft verklaard dat hij van augustus 2009 tot en met februari 2010 als werkcoach voor de gemeente Tiel heeft gewerkt. Hij is opgevolgd door [verdachte]. Het bedrijf [klant 48] zegt hem niets. Omdat de facturen zijn gedateerd 27 december 2010 en hij tot februari 2010 werkzaam was bij de gemeente Tiel, denkt hij dat het geen traject van hem is. [84] [functionaris] heeft verklaard dat de opmaak van de aan de gemeente Tiel gestuurde facturen anders is dan zijn facturen. Het middenvak op de facturen van [klant 48] die in de administratie van de gemeente Tiel zijn aangetroffen, is te kort in vergelijking met zijn eigen facturen. [functionaris] heeft nooit mensen begeleid, stages aangeboden of iets met modules gedaan. [85]
. [115]
(de rechtbank begrijpt telkens: afdeling WIZ)van de gemeente Tiel levert. Uitkeringsgerechtigden uit de gemeente Tiel mogen één keer in de drie jaar een bedrag bij [bedrijf 2] besteden. De verkoop begint met de uitkeringsgerechtigde die een computer (bruingoed) of witgoed uitzoekt voor een vastgestelde prijs, waarna [bedrijf 2] een pro-forma rekening opmaakt. De klant levert deze rekening in bij de gemeente, waarop de gemeente binnen een termijn van vier tot acht weken betaalt. Hierna wordt de levering van het goed met de klant geregeld. [klant 79] heeft voorts verklaard dat [verdachte] een uitzondering hierop was, omdat zij met een klant de winkel binnen kwam om een computer te bestellen. Zij kwam ook wel eens alleen. In dat geval had zij een formulier van de gemeente waar de naam van de cliënt op stond. Volgens [verdachte] kon er op naam van die cliënt een pro-forma rekening opgemaakt worden. Andere consulenten dan [verdachte] heeft [klant 79] nooit in de zaak gezien. Het viel [klant 79] op dat de rekeningen van de laptops die [verdachte] had besteld binnen vijf dagen werden betaald, terwijl de gemeente Tiel normaliter een betaaltermijn van vier tot acht weken aanhoudt. Van collega [collega] weet [klant 79] dat hij een stuk of vijf laptops in de auto van [verdachte] heeft geladen. [209]
Ten aanzien van de twee facturen op naam van R. [klant 7] overweegt de rechtbank als volgt. Eén factuur betreft een pro-formafactuur voor een laptop d.d. 1 april 2011. [klant 7] is bevraagd en heeft verklaard dat [verdachte] hem belde met het bericht dat hij een laptop van de gemeente Tiel kreeg, omdat hij maar kort een uitkering had genoten. De pro-forma factuur kent hij niet en hij heeft de daarop vermelde laptop niet ontvangen. De reden hiervoor is dat hij bij [bedrijf 2] heeft gevraagd of hij in plaats van deze laptop ook een goedkopere laptop met printer mocht kiezen. Dit mocht. Hierna is ten behoeve daarvan een tweede factuur opgemaakt d.d. 23 juni 2011. De rechtbank acht het aannemelijk dat de laptop, genoemd op de pro-forma rekening d.d. 1 april 2011, niet door [bedrijf 2] is geleverd, omdat [klant 7] heeft aangegeven een goedkopere laptop en printer te willen. [klant 7] heeft verklaard de goedkopere laptop en printer te hebben ontvangen. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit voor wat betreft de laptop, vermeld op de pro-formafactuur d.d. 1 april 2011 (op naam van R. [klant 7]) heeft begaan.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de sanctie(s)
feit 1, 2 en 3bewezenverklaarde vordert de gemeente Tiel hoofdelijke veroordeling van verdachte tot betaling van € 451.955,91. De gemeente West Maas en Waal vordert terzake hoofdelijke veroordeling van verdachte tot betaling van
feit 4bewezenverklaarde vordert de gemeente Tiel veroordeling van verdachte tot betaling van een bedrag van € 5.999,40.
feit 1, 2 en/of 3bewezenverklaarde toewijzen. De betrokken gemeenten zijn aldus alle vier afzonderlijk ook in dit opzicht ontvankelijk in hun schadevorderingen. De schade in deze omvat het totale bedrag aan betaalde valse facturen minus de inmiddels door de verzekeraar vergoede facturen. Deze schade is (mede) een rechtstreeks gevolg van het – kort gezegd – bewezenverklaarde, frauduleuze handelen van verdachte. Ieder van de vier betrokken gemeenten heeft afzonderlijk schade geleden en niet alleen de gemeente Tiel. Een valse factuur werd immers – zoals door de gemeenten onbetwist is gesteld – steeds voldaan met gelden van de gemeente aan wie de bewuste valse factuur was gericht dan wel op wiens cliënt de valse factuur betrekking had.
- € 451.955,91 aan de gemeente Tiel;
- € 54.193,71 aan de gemeente West Maas en Waal;
- € 43.705,03 aan de gemeente Neerijnen, en;
- € 97.283,41 aan de gemeente Neder-Betuwe.
feit 4bewezenverklaarde toewijzen tot een bedrag van € 5.399,46, ook weer te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte negen laptops heeft verduisterd. De vordering – die overigens op zichzelf niet is betwist – gaat uit van verduistering van tien laptops.
7.De toegepaste wettelijke bepalingen
8.De beslissing
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Tiel zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Tiel, te betalen € 451.955,91 (vierhonderdéénenvijftigduizendnegenhonderdvijfenvijftig euro en éénennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Tiel zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente Tiel, te betalen € 451.955,91 (vierhonderdéénenvijftigduizendnegenhonderdvijfenvijftig euro en éénennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 255 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente West Maas en Waal zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente West Maas en Waal, te betalen € 54.193,71 (vierenvijftigduizendhonderddrieënnegentig euro en éénenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente West Maas en Waal zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente West Maas en Waal, te betalen € 54.193,71 (vierenvijftigduizendhonderddrieënnegentig euro en éénenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neerijnen zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Neerijen, te betalen € 43.705,03 (drieënveertigduizendzevenhonderdenvijf euro en drie cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neerijen zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente Neerijen, te betalen € 43.705,03 (drieënveertigduizendzevenhonderdenvijf euro en drie cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neder-Betuwe zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Neder-Betuwe, te betalen € 97.283,41 (zevenennegentigduizendtweehonderddrieëntachtig euro en éénenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
Maatregel van schadevergoeding
overeenkomstig de onder 6b. opgenomen schematische weergavebetalen ook veroordeelde daardoor tegenover gemeente Neder-Betuwe zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer gemeente Neder-Betuwe zal zijn gekweten - tegen kwijting aan gemeente Neder-Betuwe, te betalen € 97.283,41 (zevenennegentigduizendtweehonderddrieëntachtig euro en éénenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 55 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.