Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
Verdachte werd beschuldigd van het zich opzettelijk oneerbaar vertonen met ontbloot geslachtsdeel op een openbare plaats in Callantsoog op circa 24 augustus 2012. Tijdens de zittingen op 16 september 2013 en 7 april 2014 ontkende verdachte uitdrukkelijk de tenlastelegging en werd bijgestaan door zijn raadsman.
De officier van justitie stelde dat wettig en overtuigend bewijs aanwezig was en eiste een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. De verdediging betoogde dat er weliswaar bewijs was, maar dat de hiaten en tegenstrijdigheden in de verklaringen van getuigen onvoldoende overtuigend waren om tot een veroordeling te komen.
De militaire kamer oordeelde dat de verklaringen van de twee getuigen op belangrijke punten van elkaar verschilden en dat het signalement van de man die de eerste getuige aansprak niet overeenkwam met verdachte. Hierdoor was er onvoldoende overtuiging dat verdachte het tenlastegelegde feit had begaan.
Daarom sprak de militaire kamer verdachte vrij van het tenlastegelegde feit van schennispleging. De uitspraak werd gedaan op 18 april 2014 in Arnhem.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van schennispleging.