Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Het procesverloop
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.De beslissing
€ 188,59 aan explootkosten, inclusief de eventueel verschuldigde btw,
€ 448,00 aan griffierecht,
€ 175,00 aan salaris gemachtigde;
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een vordering van een stichting tot ontbinding van een huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand. De huurder was onder bewind gesteld, maar de stichting had de huurder zelf gedagvaard in plaats van diens bewindvoerder, wat leidde tot een procesuele ongeldigheid.
De rechtbank stelde vast dat de stichting ten tijde van de dagvaarding niet bekend was met het bewind en gaf haar de mogelijkheid om de bewindvoerder alsnog op te roepen. Na oproeping verscheen de bewindvoerder niet, maar werd hij toch als formele procespartij aangemerkt. De door de huurder gevoerde verweren werden niet in behandeling genomen omdat deze proceshandelingen nietig waren.
De rechtbank oordeelde dat de huurder tekort was geschoten in de betaling van de huur, waardoor de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gerechtvaardigd waren. De bewindvoerder werd veroordeeld tot ontruiming binnen drie weken, betaling van de huurachterstand met wettelijke rente en vergoeding van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming binnen drie weken en betaling van huurachterstand met rente en kosten.