Uitspraak
[klaagster],
[klager],
klagers
Rechtbank Gelderland
Klagers verzochten het ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolger wegens vermeende nalatigheid en ontstane schulden. De rechtbank oordeelde dat de schulden voortkwamen uit het niet tijdig melden van een hersteldmelding door een van de rechthebbenden aan uitkeringsinstanties en de bewindvoerder.
De bewindvoerder kon niet worden verweten dat zij nalatig was, aangezien zij geen mededelingen ontving vanwege het medisch geheim en geen signalen had dat er dubbele uitkeringen werden ontvangen. De terugvorderingen van het UWV en de gemeente waren terecht en niet betwist door klagers.
Klachten over het niet tijdig aanvragen van bijzondere bijstand en het niet maandelijks toezenden van bankafschriften werden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank vond dat via het gebruikte boekhoudsysteem voldoende inzage mogelijk was.
Daarom was er geen gewichtige reden voor ontslag van de bewindvoerder. Het verzoek werd afgewezen en klagers werden veroordeeld tot vergoeding van redelijke kosten van de bewindvoerder voor de klachtbehandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder wordt afgewezen wegens ontbreken van gewichtige redenen.