Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
VONNIS
feit 1 A subsidiair
feit 2 A subsidiair
(met betrekking tot de feiten 1 A subsidiair en A subsidiair)
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
[slachtoffer 1]heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 A primair en subsidiair en 1 B primair en subsidiair tenlastegelegde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 13.937,13 (€ 750,-- immateriële schade en € 12.283,13 (tandartskosten) en € 904,-- (rechtsbijstandkosten) aan materiële schade.
[slachtoffer 1]toe te wijzen tot het bedrag van € 250,--, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.
[slachtoffer 3]heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 500,-- aan immateriële schade.
[slachtoffer 3]toe te wijzen tot het bedrag van € 250,--, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.
[slachtoffer 4]heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 500,-- aan immateriële schade.
[slachtoffer 4]toe te wijzen tot het bedrag van € 250,--, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.
[slachtoffer 1] en[slachtoffer 2]naar redelijkheid en billijkheid kan worden geschat op een bedrag van € 250,-- elk.
[slachtoffer 1]tot een bedrag van € 904,-- aan materiële schade (kosten rechtsbijstand) toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot.
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van immateriële schade en materiële schade omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd, met name of de gestelde materiële schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Een nadere beoordeling van deze schadeposten zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen, nu met name op basis van de huidige zich in het procesdossier bevindende informatie niet duidelijk is welk letsel bij het incident in het centrum van Apeldoorn of bij het incident op de [adres 1] is veroorzaakt, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
[slachtoffer 4]en
[slachtoffer 3]niet-ontvankelijk verklaringen in hun vordering, nu verdachte vanwege noodweer is ontslagen van alle rechtsvervolging waar het hun deel van de tenlastelegging betreft.
Beslissing
- spreekt verdachte vrij van de onder 1 A primair, 1 B primair, 2 A primair, 2 B primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde feiten;
- verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 A subsidiair, 1 B subsidiair, 2 A subsidiair, 2 B subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
feit 1 A subsidiair
feit 2 A subsidiair
feit 1 B subsidiair, 2 B subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair (telkens)
- veroordeelt verdachte te dier zake tot het verrichten van een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren;
- bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid. De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is;
- beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast;
- stelt deze vervangende hechtenis vast op 30 (dertig) dagen;
- beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 8 (acht)
schadevergoedingaan de
benadeelde partij [slachtoffer 1]van een bedrag van
€ 250,--,vermeerderd met de wettelijke rente over de afzonderlijke posten vanaf 2 september 2012 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering
;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer 1]een bedrag
te betalen van € 250,--, vermeerderd met de wettelijke rente over de afzonderlijke posten vanaf de data als hiervoor vermeld, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
schadevergoedingaan de
benadeelde partij[slachtoffer 2]van een bedrag van
€ 250,--,vermeerderd met de wettelijke rente over de afzonderlijke posten vanaf 2 september 2012 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering
;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer[slachtoffer 2] een bedrag
te betalen van € 250,--, vermeerderd met de wettelijke rente over de afzonderlijke posten vanaf de data als hiervoor vermeld, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;