ECLI:NL:RBGEL:2014:3117
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen besluit in zin van Awb bij constatering Categorie III-afwijking en onrechtmatige bezwaarontvangst
Verweerster, een certificerende instelling, constateerde bij eiseres een afwijking in Categorie II die werd teruggeschaald naar Categorie III. Eiseres maakte bezwaar tegen deze constatering en tegen de tijdelijke schorsing van haar certificaat.
De rechtbank stelt vast dat de constatering van een Categorie III-afwijking geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt die rechten toekent of ontnemen. Hierdoor was het bezwaar tegen deze constatering onontvankelijk en wordt het bestreden besluit op dat punt vernietigd.
De tijdelijke schorsing van het certificaat is wel een primair besluit, genomen door een onbevoegde functionaris, waarvoor de rechtbank zich onbevoegd verklaart en het beroep doorzendt naar verweerster om binnen zes weken te beslissen. Verweerster dient het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen constatering van afwijkingen zonder rechtsgevolg en het opleggen van sancties die wel rechtsgevolgen hebben. De procedurele fouten bij de schorsing en het bezwaar worden gecorrigeerd door de rechtbank.
Uitkomst: Beroep tegen constatering Categorie III-afwijking gegrond verklaard en bezwaar niet-ontvankelijk; rechtbank onbevoegd voor beroep tegen tijdelijke schorsing en zendt door naar verweerster.