ECLI:NL:RBGEL:2014:3157

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 april 2014
Publicatiedatum
16 mei 2014
Zaaknummer
ZUT 2014/20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 6 lid 1 EVRMArt. 14 lid 1 IVBPR
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Gelderland

Verzoeker heeft bij de rechtbank Gelderland een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. K.H.A. Heenk, mr. M.C. van der Mei en mr. D.T. Boks, stellende dat deze rechters niet in staat zouden zijn een zuiver oordeel te vellen en dat er sprake zou zijn van onrechtvaardige rechtspraak. Verzoeker betichtte de rechters onder meer van valsheid in geschrift en stelde dat zij deel uitmaken van een corrupt systeem.

De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de gronden niet voldoen aan de vereisten voor wraking zoals gesteld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De rechtbank benadrukte de vermoede onpartijdigheid van rechters en stelde dat de aangevoerde argumenten niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.

Daarnaast wees de rechtbank verzoekers vragen af die niet relevant waren voor de wrakingsprocedure. De rechtbank besloot het wrakingsverzoek af te wijzen en de procedure voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond op het moment van indiening van het wrakingsverzoek.

De beslissing werd genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Gelderland en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2014.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie rechters wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Meervoudige wrakingskamer
Rekestnummer: ZUT 2014/20
Beslissing van 28 april 2014 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te[plaats, adres],
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot wraking van:
mr. K.H.A. Heenk, mr. M.C. van der Mei en mr. D.T. Boks,
rechters in deze rechtbank (hierna: de rechters),

1.Het verloop van de procedure

Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
  • het op 14 april 2014 bij de Rechtbank Gelderland per e-mail ingekomen verzoekschrift (met als onderwerp “Oordeel voorzitter en leden van de wrakingskamer) en de op 16 april 2014 eveneens per e-mail ingekomen aanvulling daarop;
  • de (ongedateerde) schriftelijke reactie van de voorzitter mr. K.H.A. Heenk, mede namens mr. D.T. Boks en mr. M.C. van der Mei, ingekomen bij de Rechtbank Gelderland op 24 april 2014, strekkende tot het afwijzen van het verzoekschrift tot wraking en
  • het proces-verbaal van de behandeling van het (eerste) wrakingsverzoek ter terechtzitting van 14 april 2014 in de procedure met nummer ZUT 2014-16 en
  • het proces-verbaal van de behandeling van het (tweede) wrakingsverzoek ter terechtzitting van 28 april 2014.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Ter zitting van 28 april 2014, waar het (tweede) wrakingsverzoek is behandeld, is verzoeker verschenen. De rechters zijn niet verschenen. Verzoeker heeft zijn standpunt mondeling toegelicht. Van het overigens ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.
2.2
Verzoeker heeft blijkens het verzoekschrift aan de (tweede) wraking ten grondslag gelegd dat - zakelijk weergegeven - de rechters gelet op hun door verzoeker waargenomen persoonlijkheid niet in staat zijn een Zuiver Oordeel te vellen. Voorts heeft verzoeker zich niet eerlijk behandeld gevoeld, nu de rechtbank weigerde vragen van de verzoeker te beantwoorden. Daarnaast heeft verzoeker de rechters beticht van valsheid in geschrift nu niet de bij brief van 27 maart 2014 als voorzitter aangekondigde mr. M.C. van der Mei, maar mr. K.H.A. Heenk als voorzitter heeft gefungeerd. Verzoeker heeft gesteld dat sprake is van het door de rechtbank bewust scheppen van verwarring.
2.3
Tijdens de behandeling van het (tweede) wrakingsverzoek heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek gehandhaafd. Hij heeft voorts betoogd dat de rechters die thans rechtspreken niet rechtspreken vanuit een “zuivere Salomo”, maar onderdeel uitmaken van een diep vals corrupt systeem en zijn benoemd door een vermeende Koning. Aldus is volgens verzoeker sprake van onrechtvaardige rechtspraak. De verzoeker heeft zijn betoog kracht willen bijzetten door het integraal voorlezen van Psalm 9.

3.Het standpunt van de rechters

De rechters hebben bij (het op 24 april 2014 bij de Rechtbank Gelderland ingekomen) verweerschrift het verzoek tot wraking gemotiveerd weersproken. Er is huns inziens geen sprake van een omstandigheid die een grond voor wraking kan opleveren.

4.De beoordeling door de rechtbank

4.1
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 14 lid 1 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
4.3
De wrakingsgronden van de verzoeker raken in de kern de legitimiteit van de aanstelling van iedere rechter in Nederland omdat de verzoeker alleen rechters accepteert die aan zijn voorwaarde voldoen, namelijk dat zij niet vals (recht)spreken, maar Zuiver Oordelen op basis van een gereinigde geest.
4.4
De wrakingskamer komt tot de slotsom dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen omdat er geen sprake is van wrakingswaardige feiten en omstandigheden. De wrakingskamer overweegt in het bijzonder dat de rechtbank rechtens geen plicht heeft tot beantwoording van vragen in de trant van “Weet u waar deze roos vandaan komt” of “Weet u wat abortus is?” nu dit vragen betreft die niet relevant zijn voor de beoordeling van een wrakingsverzoek. Voorts is de wrakingskamer van oordeel dat de aangevoerde wrakingsgronden niet duiden op of te ver verwijderd zijn van het belang dat het wrakingsmiddel beoogt te beschermen: de onpartijdigheid van een individuele met de behandeling van een zaak belaste rechter. Wat verzoeker overigens heeft aangevoerd, hoeft gelet op het voorgaande geen verdere bespreking meer. De rechtbank zal derhalve als volgt beslissen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
wijst het verzoek tot wraking van mr. K.H.A. Heenk, mr. M.C. van der Mei en mr. D.T. Boks af;
5.2
bepaalt dat de procedure, bij de rechtbank bekend onder kenmerk ZUT 2014-16 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek werd ingediend.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.D.A. den Tonkelaar, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en mr. J.T.G. Roovers, rechters en mr. J.D. Koster, griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2014 en – bij afwezigheid van de voorzitter - ondertekend door de oudste rechter en de griffier.