Uitspraak
VONNIS
(samen met een ander)oplichten van de aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (feit 1 subsidiair) en aan mensenhandel
(alleen)ter zake van aangeefster [slachtoffer 3] (feit 2 primair). De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte de twee aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.
zonder meerkan leiden tot een bewezenverklaring van een op mensenhandel toegesneden tenlastelegging. Weliswaar beschermt artikel 237f van het Wetboek van Strafrecht mensen tegen uitbuiting, die onder meer de in dit geval voor verdachte verrichte diensten kan omvatten, maar naar het oordeel van de rechtbank moet ook zulk handelen beoordeeld worden in de context van de door de wetgever met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht nagestreefde bescherming van de geestelijke en lichamelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid. Die te beschermen belangen zijn hier – in deze casus – naar het oordeel van de rechtbank niet in het geding, zodat ook niet kan worden gezegd dat een uitbuitingssituatie, zoals de wetgever die heeft bedoeld en voor ogen heeft gestaan, zich hier voordoet. Daarbij speelt in het bijzonder een rol dat bij het vervolgde handelen tussen de aangeefsters enerzijds en verdachte en/of zijn medeverdachte anderzijds sprake is geweest van een relatief kortdurend contact: één dag. Ook speelt een rol dat aangeefsters aanvankelijk valselijk over de gang van zaken hebben verklaard, door – kort gezegd – aanvankelijk te stellen dat ze waren afgeperst en dat ze bang waren gemaakt. Ook kan niet bewezen worden dat de aangeefsters door alléén het gebruik van misleiding als dwangmiddel een reële vrije keuze om de telefoonabonnementen al dan niet af te sluiten, is onthouden.
(de rechtbank begrijpt: de verkoper)alleen maar aan en durfde zij niets te zeggen. Het ging om twee abonnementen van [winkel 2] voor een periode van 24 maanden. De vaste maandelijkse kosten komen per telefoon op minimaal 85 euro.
popie jopie. Wat haar ook opviel was, dat het meisje bijna niets gezegd heeft maar dat de jongens steeds het woord deed.
(dat het alleen maar erger zou worden)en anderzijds vervolgens in te palmen
(door lief te doen). Verdachte heeft haar vervolgens in spreekwoordelijke zin bij de hand genomen en naar de winkels geleid.
ééntelefoonabonnement af te sluiten is mislukt, in de door verdachte vervolgens gecreëerde omstandigheden redelijkerwijs geen andere keus gehad dan in een toestand van uitbuiting te geraken en daarin te blijven, waarbij vrijwilligheid van haar bij het afsluiten van de telefoonabonnementen niet meer aan de orde was. Zij is eerst aan de “macht”, die verdachte als het ware die dag op haar uitoefende, onttrokken geraakt toen zij
feit 1 subsidiair: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd,
feit 2 primair: mensenhandel.
Beslissing
niet bewezen, dat verdachte het
onder 1 primair ten laste gelegdeheeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij;
bewezendat verdachte
het onder 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegdeheeft begaan;
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
mensenhandel
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
200 urenbij niet of niet volledig verrichten te vervangen door
100 dagen hechtenis;
schadevergoedingaan de
benadeelde partij
verplichting op aan de Staatten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen de hierna genoemde bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2011, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van 29 dagen zonder dat de betalingsverplichting vervalt;