Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een kort geding waarin de bewindvoerder van een huurder verzocht om de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis te schorsen. Dit vonnis veroordeelde de huurder tot betaling van achterstallige huur, ontruiming van de woning en ontbinding van de huurovereenkomst wegens een huurachterstand van meer dan drie maanden.
De bewindvoerder stelde dat uitvoering van het vonnis tot een noodsituatie zou leiden, omdat de huurder momenteel in het ziekenhuis ligt, geen alternatieve woonruimte heeft en daardoor dakloos zou worden. Tevens werd aangevoerd dat de huur sinds oktober 2012 tijdig werd betaald en dat een betalingsregeling was voorgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de bewindvoerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de huur tijdig was voldaan en dat de achterstand daarmee niet was weggenomen. Ook was niet aannemelijk dat de huurder niet binnen afzienbare tijd over vervangende woonruimte zou kunnen beschikken. De schrijnende persoonlijke omstandigheden stonden ontruiming niet in de weg. Gezien de langdurige huurachterstand en de pogingen van Viverion om tot een oplossing te komen, was er geen sprake van misbruik van bevoegdheid door Viverion. De vordering tot schorsing werd afgewezen en de bewindvoerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging verstekvonnis wegens huurachterstand wordt afgewezen.