Eiser verzocht handhavend op te treden tegen een kas waarvan hij meent dat deze zonder geldige omgevingsvergunning is gebouwd en leidt tot onaanvaardbare lichthinder. Verweerder wees dit verzoek af omdat de kas volgens hem conform een omgevingsvergunning van rechtswege is gerealiseerd en er geen overtreding van het Activiteitenbesluit milieubeheer is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de omgevingsvergunning onherroepelijk is en dat het beroep van eiser zich enkel richt op de lichthinder door de verlichting in de kas. Ter zitting is gebleken dat de verlichting niet alleen werkverlichting betreft, maar ook assimilatiebelichting, gericht op de bevordering van de bloemvorming. Hierdoor is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en moet verweerder alsnog de consequenties van deze dubbele functie van de verlichting motiveren.
Daarnaast moet verweerder ook motiveren of er sprake is van een schending van de zorgplicht uit het Activiteitenbesluit. Het beplantingsplan dat bij de vergunningaanvraag hoorde, kan niet als handhavingsgrond dienen omdat de vergunning van rechtswege is ontstaan en het aanbrengen van beplanting geen bouwactiviteit is.
De rechtbank schorst de procedure en geeft verweerder zes weken de tijd om het gebrek in het besluit te herstellen. Indien dit niet gebeurt, zal de rechtbank zonder nadere zitting een einduitspraak doen. Hoger beroep kan alleen samen met de einduitspraak worden ingesteld.