ECLI:NL:RBGEL:2014:4059

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 juli 2014
Publicatiedatum
3 juli 2014
Zaaknummer
859400
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.W. Huijgen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:248 lid 2 BWArt. 164 lid 2 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van contractuele opzegvergoeding wegens redelijkheid en billijkheid

In deze civiele procedure vordert Proximedia Nederland B.V. betaling van een contractuele opzeggingsvergoeding van [gedaagde partij], een kleine onderneming die een overeenkomst met Proximedia had gesloten voor online diensten. De gedaagde stelde zich op het standpunt dat zij dwalend was geweest bij het sluiten van het contract en dat de vergoeding onredelijk was.

De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde niet slaagde in haar bewijs dat zij dwalend was, mede omdat de getuigenverklaringen onvoldoende bewijs opleverden. Wel werd erkend dat de overeenkomst tussentijds was opgezegd conform het contract, waarbij een vergoeding van 40% van de resterende termijnen verschuldigd is.

Echter, op grond van artikel 6:248 lid 2 BW Pro matigde de kantonrechter de vergoeding tot €1.000, gezien de bijzondere omstandigheden: de gedaagde is een kleinschalige onderneming met geringe omzet, de diensten waren relatief duur en niet geleverd, en de overeenkomst was tot stand gekomen onder druk van assertieve colportage.

De kantonrechter wees de vordering tot betaling van het volledige bedrag af, veroordeelde de gedaagde tot betaling van €1.000 plus wettelijke rente en compenseerde de proceskosten zodat partijen hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: De kantonrechter matigt de contractuele opzeggingsvergoeding tot €1.000 en veroordeelt de gedaagde tot betaling daarvan plus wettelijke rente.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 859400 \ CV EXPL 13-750 \ 441
uitspraak van

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap Proximedia Nederland B.V.

h.o.d.n. Be-Up
gevestigd te Utrecht
eisende partij
gemachtigde Nouta Westland Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde partij], h.o.d.n. [handelsnaam], voorheen h.o.d.n. [handelsnaam]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
procederend in persoon
Partijen worden hierna Proximedia en[gedaagde partij] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 september 2013 en de daarin genoemde processtukken
- de akte van Proximedia van 16 oktober 2013
- de akte van[gedaagde partij] van 27 oktober 2013
- de processen-verbaal van getuigenverhoor aan de kant van[gedaagde partij] van 13 maart 2014 en 8 mei 2014.

De verdere beoordeling van het geschil

1.
De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 11 september 2013.
2.
Bij het eerdere tussenvonnis van 5 juni 2013 heeft de kantonrechter[gedaagde partij] toegelaten tot bewijslevering.[gedaagde partij] mocht bewijzen dat[persoon A] tegen haar heeft gezegd dat, als zij het contract zou tekenen, dit contract daarna nog ongedaan kon worden gemaakt. De kantonrechter heeft daarbij overwogen dat, als dit zou zijn gezegd, Proximedia daaraan was gebonden en dat Proximedia[gedaagde partij] dan daarna onjuist zou hebben ingelicht, toen [persoon B] tegen[gedaagde partij] zei dat zij wel aan het contract vast zat. De kantonrechter heeft overwogen dat in dat geval zou kunnen worden aangenomen dat[gedaagde partij] heeft gedwaald toen zij het nieuwe contract tekende.
2.
De bewijslevering is moeizaam verlopen, omdat[gedaagde partij] zonder professionele rechtsbijstand procedeert en niet goed begreep hoe zij die bewijslevering moest aanpakken. Nadat eerst nog het tussenvonnis van 11 september 2013 moest worden gewezen, aktes zijn gewisseld en een zitting voor het getuigenverhoor onbenut is gepasseerd omdat[gedaagde partij] had verzuimd haar getuigen voor te brengen, zijn uiteindelijk twee getuigen gehoord. Het betreft[gedaagde partij] zelf en de bedoelde [persoon A].
3.
Laros heeft als getuige bevestigd wat zij moest bewijzen.[gedaagde partij] is echter ook de partij die het bewijs moet leveren en de wet bepaalt nu eenmaal in artikel 164 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat de getuigenverklaring van een partij, die de bewijslast heeft, geen bewijs in haar voordeel kan opleveren, tenzij die getuigenverklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Anders gezegd: de partijgetuigenverklaring kan alleen bijdragen aan het te leveren bewijs, indien er ook ander bewijs is, welk ander bewijs dan wel niet volledig hoeft te zijn, maar wel zo sterk moet zijn en zodanig essentiële punten moet betreffen dat de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig wordt.
4.
En zodanig ander (onvolledig) bewijs is niet geleverd. De getuige[persoon A] verklaart immers dat zij zeker weet dat zij niet tegen[gedaagde partij] heeft gezegd dat zij er nog onderuit kon komen nadat zij het contract had ondertekend. Weliswaar komt de getuige[persoon A] op de kantonrechter niet erg geloofwaardig over, omdat zij, daarover doorgevraagd, zich nauwelijks details van het gesprek blijkt te kunnen herinneren en vóór het getuigenverhoor hierover heeft overlegd met Proximedia, maar daarmee kan de kantonrechter aan haar getuigenverklaring nog geen positief bewijs ontlenen voor het tegendeel van wat[persoon A] beweert.
5.
Dit betekent dat[gedaagde partij] niet geslaagd is in het bewijs dat zij moest leveren en dat zij zich rechtens niet op dwaling kan beroepen.[gedaagde partij] zit vast aan het (tweede) contract.
6.
Het feit dat het beroep op dwaling en/of misbruik van omstandigheden niet gehonoreerd kan worden, betekent nog niet dat de vorderingen van Proximedia volledig kunnen worden toegewezen. Namens[gedaagde partij] is de overeenkomst namelijk door haar (voormalige) gemachtigde mr. O.J. Ingwersen bij schrijven van 22 maart 2012 ontbonden en voor zover nodig per direct opgezegd (zie 2.5 van het tussenvonnis van 5 juni 2013). Die ontbinding heeft geen effect omdat daarvoor geen geldige reden is aangevoerd, maar de opzegging heeft dat wel. Tussentijdse opzegging is immers contractueel toegestaan, mits tegen betaling van een opzeggingsvergoeding gelijk aan 40% van de nog niet vervallen maandelijkse bijdragen voor de nog lopende periode (artikel 10.1.1 van het contract).
7.
Volgens het contract heeft Proximedia dus geen aanspraak op de door haar gevorderde volle betaling van de maandfacturen voor de maanden april tot en met juli 2012, maar slechts op 40% daarvan. Verder heeft Proximedia contractueel geen aanspraak op de door haar gevorderde 40% van nog eens 44 maandelijkse bijdragen. De totale contractsduur was wel 48 maanden, maar de eerste twee maanden daarvan zou Proximedia niet in rekening brengen (zie 2.4 van het tussenvonnis van 5 juni 2013), waarmee de totale factureerbare contractsduur werd beperkt tot 46 maanden. Proximedia heeft, afgezien van de reeds betaalde dossierkosten, dus hooguit aanspraak op 40% van 46 x € 160,00 = € 2.944,00 in totaal (het gaat om de abonnementskosten exclusief btw omdat de diensten niet meer geleverd zijn).
8.
De kantonrechter leest echter in het verweer van[gedaagde partij] nog een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek, waarin is bepaald dat een tussen partijen als gevolg van een overeenkomst geldende regel niet van toepassing is voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het gaat hierbij om de in het contract vastgelegde, en daarmee overeengekomen, opzeggingsvergoeding.
9.
Hoewel hier de nodige terughoudendheid op zijn plaats is, ziet de kantonrechter in de gegeven omstandigheden aanleiding om aan deze rechtsregel toepassing te geven. De hiervoor relevante, bij Proximedia bekende, omstandigheden zijn:
- het gaat om een heel kleinschalige onderneming:[gedaagde partij] is vanuit de bijstand bij klanten aan huis als pedicure voet- en lichaamsverzorging gaan doen;
- de omzet van[gedaagde partij] was (en is) zeer gering, ongeveer € 13.000,00 per jaar, en de gecontracteerde dienstverlening door Proximedia (Be-Up) ten bedrage van € 190,40 (inclusief btw) per maand was relatief erg kostbaar voor haar;
-[gedaagde partij] is telefonisch benaderd door Proximedia en heeft zich vervolgens door assertieve colportage bij haar thuis laten overhalen tot het sluiten van een overeenkomst die niet goed past bij haar onderneming.[gedaagde partij] heeft daarbij tegen de verkoopster gezegd (dit is niet betwist) dat zij nog niets wilde beslissen en eerst wilde overleggen met haar coach, die op dat moment niet bereikbaar was, maar de verkoopster heeft haar overgehaald om toch meteen te tekenen. Daarna heeft[gedaagde partij] meteen, binnen enkele uren, gebeld met Proximedia om de overeenkomst te annuleren, maar hier wilde Proximedia niet in toestemmen. Proximedia heeft haar overgehaald om een tweede overeenkomst te tekenen;
- de verkochte diensten van Proximedia bestaan uit de ontwikkeling van een website van 3 pagina’s, inclusief hosting, domeinnaam en e-mail adres, met aanmaak, beheer en opvolging van een Search Engine Advertising campagne en dit heeft Proximedia niet hoeven uitvoeren en hiermee heeft zij zelfs geen begin hoeven maken, omdat[gedaagde partij] hiervan afzag en zei dat zij door een ander haar website zou laten bouwen;
-[gedaagde partij] heeft dus geen enkele baat gehad bij de overeenkomst en Proximedia heeft niets hoeven doen, behoudens dan een dossier aanleggen, telefoontjes plegen en facturen versturen en proberen te innen.
10.
Deze omstandigheden zijn voor de kantonrechter redengevend om op grond van voormelde wetsbepaling de door[gedaagde partij] verschuldigde opzeggingsvergoeding te matigen tot het bedrag van € 1.000,00. Dit bedrag is volgens Proximedia al in een heel vroeg stadium namens[gedaagde partij] als afkoopsom aangeboden (zie haar faxbericht van 16 april 2012) en dit had Proximedia toen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moeten accepteren. De kantonrechter zal de vorderingen tot dat bedrag toewijzen, met afwijzing van de gevorderde vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten en compensatie van de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter
1.
veroordeelt[gedaagde partij] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf heden tot aan de dag van volledige betaling;
2.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
4.
compenseert de proceskosten aldus dat beide partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op