Volgens de bewezen gedragingen, voor zover bevestigd na beklag is, gestrafte tussen 21.30 en 22.00 uur in kennelijke staat van dronkenschap aangetroffen.
Volgens gestrafte heeft zij op 3 maart 2014 twee nipjes van het bier van een ander gedronken en is die dag in het geheel niet dronken of aangeschoten geweest. Voorts heeft de gestrafte verklaard dat zij en [getuige 1] die avond in een luidruchtige bui waren en erg moesten lachen en dat dit gedrag door anderen wellicht is geïnterpreteerd als aangeschoten en dronken.
De militaire kamer stelt vast dat uit geen van de getuigenverklaringen blijkt dat een getuige heeft waargenomen dat gestrafte op 3 maart 2014 meer van een alcoholische consumptie heeft gedronken dan de nipjes die zij zelf noemt.
Uit de overwegingen van de beklagmeerdere blijkt dat hij zijn bewezenverklaring met name baseert op de verklaringen van getuigen omtrent het gedrag van gestrafte, te weten niet goed recht kunnen lopen/wankelen/zwalken en jolig/lacherig gedrag.
De militaire kamer stelt vast dat de verklaringen van de getuigen omtrent het gedrag en hetgeen gestrafte daar zelf over heeft verklaard onderling verschillen.
Getuigen [getuige 2] en [getuige 3] verklaren dat zij gestrafte hebben gezien samen met [getuige 4], [getuige 5] en [getuige 1] in de midscheeps. Volgens deze getuigen kon gestrafte niet meer recht lopen.
De getuigen [getuige 5], [getuige 4] en [getuige 1] verklaren dat zij met gestrafte rond 20.00 uur in de midscheeps waren. Zoals wel vaker maakte gestrafte daar veel lawaai en was erg lacherig. In tegenstelling tot de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] verklaren zij dat gestrafte geen dronken indruk maakte. De getuige [getuige 5] heeft voorts verklaard dat hij gestrafte tussen 22:30 uur en 23.00 uur nogmaals tegen kwam, maar dat zij toen niet meer erg luidruchtig was.
Daarnaast heeft de commandant gestrafte persoonlijk ontmoet omstreeks 20:30-20:45 uur. Hij heeft gestrafte in de ogen gekeken en zij maakte in het geheel geen enkele indruk dat ze zwalkte of in een benevelde toestand was.
De getuigen, [getuige 6] en [getuige 7] hebben gestrafte rond 21.30 uur gezien, waarbij zij luidruchtig was en instabiel gedrag vertoonde. Zij concludeerden hieruit dat gestrafte in beschonken toestand was. Gestrafte merkt hierover op dat zij samen met [getuige 1] op dat tijdstip het schip binnen kwam en op weg was naar haar slaapverblijf. [getuige 1] is toen van een vochtige trap gegleden en zij moesten daar verschrikkelijk om lachen. Gestrafte heeft tijdens de zitting verklaard dat zij over het algemeen erg luidruchtig is.
Ten slotte heeft de getuige [getuige 8] verklaard dat zij op 4 maart 2014 rond 07:00 uur gestrafte tegen kwam in het slaapverblijf, waarbij deze vertelde dat ze ‘zo muf was gisteravond’. Daarop had de getuige geantwoord dat het bier van de barbecue al snel op was, waarop gestrafte zou hebben geantwoord ‘dat maakt niet uit waar ik het vandaan heb’. Gestrafte ontkent dit te hebben gezegd. Zij was op dat moment bij de onderofficieren aan het werk in verband met het ontbijt.