Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het proces-verbaal van 7 maart 2014 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld
- het aanvullend schrijven van verzoeker ingekomen op 17 maart 2014
- het schriftelijke verweer van mr. Leemreize van 20 maart 2014
- het proces-verbaal van 25 maart 2014 van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, gedurende welke behandeling verzoeker een verzoek tot wraking van de hele rechtbank Arnhem heeft ingediend
- de beschikking van de wrakingskamer van 28 april 2014 waarin verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking is verklaard.