De rechtbank Gelderland behandelde op 16 juli 2014 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van zware mishandeling met voorbedachten rade. Het slachtoffer liep snij- en steekwonden op door een kapotgeslagen bierfles, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs voor zwaar lichamelijk letsel zoals ontsierende littekens.
Verdachte sloeg met een kapot bierflesje op het slachtoffer, waarbij hij meerdere keren met het glas in de hand sloeg en stak. De rechtbank verwierp het noodweerverweer omdat verdachte zich door eigen toedoen in de situatie had gebracht. De poging tot zware mishandeling werd wel bewezen verklaard.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn toekomstige vaderschap en fulltime baan, en legde een gevangenisstraf van 180 dagen op waarvan 122 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 80 uur. Daarnaast moet verdachte een CoVaplus-gedragsinterventie volgen en zich melden bij de reclassering.
De rechtbank vond het een ernstig feit maar achtte het slachtoffer en verdachte gelukkig dat het letsel niet ernstiger was. Verdachte toonde spijt en had geen eerdere justitiële contacten. De straf is gematigd vanwege deze omstandigheden.
De beslissing is gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en verdachte zelf, alsmede medische rapporten en het dossier. De tenlastelegging werd deels verworpen en deels bewezen verklaard, met een duidelijke motivering voor straf en voorwaarden.