Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
naam: [klager] , hierna te noemen: klager,
De procedure
De feiten
De beoordeling.
De beslissing
gegrond.
nihil.
Rechtbank Gelderland
Klager werd een administratieve sanctie van €330 opgelegd wegens een verkeersovertreding op 23 oktober 2012. Omdat de boete niet tijdig werd betaald, werd deze verhoogd en op 6 juni 2013 volgde een dwangbevel. Klager toonde aan dat het voertuig waarop de overtreding betrekking had, op 10 maart 2012 was overgeschreven op naam van een autobedrijf, ruim vóór de overtredingsdatum.
Klager diende verzet in tegen het dwangbevel, maar het CJIB was nalatig in het aanleveren van de benodigde stukken aan de raadkamer, waardoor de ontvankelijkheid van het verzet aanvankelijk niet kon worden beoordeeld. Na aanhouding en aanvullende stukken bleek dat klager tijdig verzet had aangetekend en beschikte over een geldig vrijwaringsbewijs.
De raadkamer oordeelde dat klager door het systeem en de nalatigheid van het CJIB de dupe dreigde te worden. Gezien het vrijwaringsbewijs en het ontbreken van tegenbewijs verklaarde de raadkamer het verzet gegrond en stelde de boete op nihil.
Uitkomst: Het verzet van klager wordt gegrond verklaard en de boete wordt op nihil gesteld.