Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 januari 2014
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 11 april 2014
- de conclusies na getuigenverhoor van 28 mei 2014.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert eiseres de verklaring voor recht dat zij eigenaar is van een strook grond die onderdeel uitmaakt van een perceel van gedaagde Rail Side BV. De rechtbank heeft vastgesteld dat de strook grond al decennialang is omheind en als onderdeel van het weiland van eiseres wordt gebruikt, waardoor zij vermoedelijk bezitter is op grond van artikel 3:109 BW Pro.
Getuigenverklaringen bevestigen dat het hekwerk op dezelfde plaats staat sinds de jaren '70 en dat het vee via het hek de berm aan de andere zijde kon begrazen, wat wijst op een ongewijzigde situatie. Hoewel er sprake was van een tijdelijke onderbreking van het hek, acht de rechtbank dit niet relevant voor de verjaringstermijn van twintig jaar zoals bepaald in artikel 3:306 BW Pro.
De rechtbank wijst de primaire vordering van eiseres toe en verklaart haar eigenaar van de gearceerde strook grond. De subsidiaire vordering wordt niet meer behandeld. De reconventionele vordering van Rail Side tot ontruiming wordt afgewezen. Rail Side wordt veroordeeld in de proceskosten zowel in conventie als in reconventie.
Uitkomst: Eiseres wordt eigenaar van de strook grond door verjaring; vordering tot ontruiming wordt afgewezen.