Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
[eiser sub 4],
[eiser sub 5],
1.[gedaagde sub 1],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de brief namens de Belastingdienst van 7 juli 2014 met bijgevoegd de producties 1 tot en met 17
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de Belastingdienst.
2.De feiten
f202.164,00, in welk bedrag ook de invorderingsrente en -kosten zijn begrepen. Omdat [naam 1] haar aansprakelijkheid betwistte en de vordering van de Ontvanger onbetaald liet, heeft de Ontvanger haar gedagvaard voor de toenmalige rechtbank Arnhem. Bij eindvonnis van 7 mei 2003 heeft de rechtbank [naam 1] veroordeeld tot betaling aan de ontvanger van € 91.738,02 (=
f202.164,00), vermeerderd met nadere invorderingsrente en kosten. Dit vonnis is in hoger beroep bekrachtigd en heeft vervolgens kracht van gewijsde gekregen.
, voormalig ambtenaar afdeling ontvanger bij de belastingdienst Rivierenland, nu werkzaam bij een makelaarskantoor te [plaats]:
, ambtenaar afdeling ontvanger bij de belastingdienst Rivierenland en ex-collega van de advocaat van betreffende bevoordeelde belastingplichtigen:
, kantoor [plaats]
, ministerie van financiën
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00