Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 maart 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 18 april 2014.
- de akte van [eiser] van 11 juni 2014
2.De feiten
- Revisierente € 25.300,00
- Rente daarover tot en met 15 juni 2012 € 7.737,55
3.Het geschil
- een bedrag van € 25.300,00 ter zake van de door [eiser] betaalde revisierente;
- de heffingsrente daarover vanaf 1 juli 2006 (zijnde de datum waar vanaf deze is berekend) tot 9 april 2010, zijnde de datum waarop de betaling heeft plaatsgevonden;
- de wettelijke rente over de revisierente en de heffingsrente vanaf 10 april 2010, althans vanaf 19 juli 2012, althans vanaf een datum die de rechtbank redelijk en billijk acht,