Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Oplegging van straf en/of maatregel
[benadeelde partij 1]heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 22.330,22, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. De vordering ziet op een bedrag van € 4.830,22 in verband met kosten lijkbezorging en een bedrag van € 17.500,00 in verband met shockschade subsidiair immateriële schade meer subsidiair affectieschade.
[benadeelde partij 2]heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. De vordering ziet op shockschade subsidiair immateriële schade meer subsidiair affectieschade.
[benadeelde partij 3]heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 64.804,64, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. De vordering ziet op een bedrag van € 20.000,00 in verband met schokschade, een bedrag van € 20.000,00 in verband met immateriële schade subsidiair affectieschade en een bedrag van € 24.804,61 in verband met gederfd levensonderhoud.
[benadeelde partij 4]heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 23.395,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. De vordering bestaat uit een bedrag van € 20.000,00 in verband met shockschade subsidiair immateriële schade meer subsidiair affectieschade en een bedrag van € 3.395,00 terzake gederfd levensonderhoud.
hevige emotionele shockdoor
het waarnemen van het misdrijfof
door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen daarvan. In dit geval is de rechtbank voor oordeel dat voorshands niet zonder meer en overduidelijk is gebleken dat aan de strenge eisen die aan een toekenning van dergelijke schade worden gesteld is voldaan, nu van waarnemen van de moord zelf in ieder geval geen sprake is en het zeer de vraag is of wel sprake is van ‘een directe confrontatie met de gevolgen daarvan’, waarbij de rechtbank opmerkt dat aanvankelijk werd uitgegaan van een natuurlijke dood.
bewezendat verdachte
het tenlastegelegdeheeft begaan;
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaar;
schadevergoedingaan de
navolgende benadeelde partijenvan de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf na te melden datum en met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil:
1.[benadeelde partij 1] € 4.830,22
[benadeelde partij 3] € 12.000,00
[benadeelde partij 4] € 2.000,00
benadeelde partij [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] -ieder voor zich
- voor het overige niet-ontvankelijkin de vordering;
verplichting op aan de Staatten behoeve van het /de navolgende slachtoffer(s) te betalen de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf na te melden datum, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
1.[benadeelde partij 1] € 4.830,22 58 dagen
[benadeelde partij 3] € 12.000,00 95 dagen
3.[benadeelde partij 4] € 2.000,00 30 dagen
benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding.
10 september 2014.