ECLI:NL:RBGEL:2014:5873

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 september 2014
Publicatiedatum
16 september 2014
Zaaknummer
AWB-14_718
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.J. Jue
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:41 AwbArt. 3:42 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
12 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Termijnoverschrijding bezwaar verkeersbesluit wegens onduidelijke publicatie gegrond verklaard

Eiser stelde beroep in tegen het besluit van 16 december 2013 waarbij zijn bezwaar tegen een verkeersbesluit van 6 februari 2013 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening.

De rechtbank oordeelt dat de beslissende publicatie van het verkeersbesluit in het Gemeentenieuws een vage aanduiding van de locatie bevatte, waardoor eiser niet redelijkerwijs kon weten dat het parkeervak met oplaadpaal nabij zijn woning zou worden geplaatst. De publicatie in de Staatscourant verwees wel naar een tekening met een preciezere locatie, maar deze was niet doorslaggevend.

Hoewel eiser het zekere voor het onzekere had kunnen nemen door navraag te doen, weegt dit niet op tegen het feit dat verweerder zijn taak om de burger duidelijk te informeren niet goed heeft vervuld. Daarom is de termijnoverschrijding verschoonbaar en is het beroep gegrond verklaard.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om het bezwaar inhoudelijk te beoordelen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de termijnoverschrijding verschoonbaar, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op het bezwaar inhoudelijk te beoordelen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Team bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 14/718
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van
inzake
[eiser], eiser,
wonende te [woonplaats],
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 16 december 2013.
2 Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 16 december 2013, waarbij het bezwaar van eiser tegen het besluit van 6 februari 2013 wegens niet tijdige indiening ervan niet-ontvankelijk is verklaard.
Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 8 augustus 2014. Eiser is aldaar verschenen. Verweerder heeft zich, met kennisgeving vooraf, niet doen vertegenwoordigen.
3 Overwegingen
Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken, welke termijn ingevolge artikel 6:8 van Pro de Awb aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt ingevolge artikel 3:41 van Pro de Awb, door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. De bekendmaking van besluiten van een niet tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt onder meer door kennisgeving van het besluit in een van overheidswege uitgegeven blad, aldus artikel 3:42, tweede lid, van de Awb.
In artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb is bepaald dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen en bij verzending per post, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de hiervoor genoemde termijn ingediend bezwaarschrift, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Uit de gedingstukken blijkt dat het besluit van 6 februari 2013 op 20 februari 2013 is gepubliceerd in het Gemeentenieuws van verweerders gemeente en op dezelfde datum in de Staatscourant.
Het besluit van 6 februari 2013 is een verkeersbesluit en is niet gericht tot een of meer belanghebbenden, zodat, anders dan eiser stelt, artikel 3:41 van Pro de Awb niet van toepassing is. Beslissend is de publicatie in het Gemeentenieuws, gelet op artikel 3:42, tweede lid, van de Awb en niet, anders dan verweerder in het bestreden besluit stelt, de publicatie in de Staatscourant. De publicatiedatum is 20 februari 2013. Gelet hierop was de laatste dag van de bezwaartermijn 3 april 2013.
Het bezwaarschrift van 27 oktober 2013 is bij verweerder ingekomen op 28 oktober 2013, derhalve na afloop van de in artikel 6:7 van Pro de Awb genoemde termijn.
Eiser heeft als reden voor het te laat indienen van het bezwaar aangevoerd dat de tekst van het officiële besluit van de gemeente Wageningen zoals gepubliceerd in het Gemeentenieuws en in de Staatscourant dermate vaag is dat er niet uit kon worden opgemaakt dat het parkeervak met de oplaadpaal in de directe nabijheid van zijn woning geplaatst zou worden.
De rechtbank komt naar aanleiding van hetgeen is aangevoerd en ter zitting is besproken tot de conclusie dat de termijnoverschrijding te verontschuldigen is.
In het Gemeentenieuws is aangegeven dat een parkeervak voor het opladen van auto’s is aangewezen aan de Oudlaan, nabij kruising met de Simon Vestdijkstraat. Dat is een rijkelijk vage aanduiding. Een tekening behorende bij het verkeersbesluit laat zien dat die kruising even verderop ligt en dat een veel nauwkeuriger aanduiding zou zijn geweest: Oudlaan bij het perceel van eiser. In de Staatscourant wordt verwezen naar die tekening, in het Gemeentenieuws niet. En, zoals gezegd, de publicatie in het Gemeentenieuws is beslissend. Dat in het Gemeentenieuws verwezen wordt naar de Staatscourant en zo dus indirect ook naar de tekening, maakt het niet anders. Eiser hoefde er niet op bedacht te zijn dat de Staatscourant meer en betere informatie zou bieden dan het Gemeentenieuws. Verweerder moet, als het even kan, de burger zoveel mogelijk ter wille zijn en er geen zoektocht van maken. Het had geen enkele moeite gekost om in het Gemeentenieuws de locatie precies aan te wijzen, nu deze bij verweerder bekend was.
Wel is het zo dat eiser op zijn beurt het zekere voor het onzekere had moeten nemen door navraag te doen waar parkeervak en paal precies zouden worden gesitueerd. Doorslaggevend voor het oordeel van de rechtbank is echter dat verweerder zich niet goed gekweten heeft van zijn taak om de burger zo goed mogelijk te informeren.
Verweerder heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep moet dan ook gegrond worden verklaard. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en verweerder opdragen om de gegrondheid van eisers bezwaar te beoordelen.
De rechtbank acht termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank tot de volgende beslissing.
4 Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen is overwogen;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, zijnde € 75,- verletkosten;
bepaalt dat verweerder het griffierecht ad € 160,- aan eiser vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. Papilaja - Muskita, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op .
Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto Pro 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA, 's-Gravenhage.
Verzonden op: