Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
Op 19 september 2013 heeft verdachte haar echtgenoot met een mes diep in zijn bovenarm gestoken, hetgeen wettig en overtuigend bewezen is verklaard door de rechtbank. Verdachte ontkende het steken, maar haar verklaring werd verworpen vanwege de omstandigheden en haar eigen 112-melding.
De rechtbank verwierp het beroep op noodweerexces omdat er geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of dreigend gevaar was. Verdachte werd als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd vanwege een persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken en PMDD.
De rechtbank hield rekening met de aanwezigheid van de kinderen tijdens het incident, de ernst van het feit en het psychologisch rapport. Daarom werd een werkstraf van 80 uur opgelegd, subsidiair 40 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 120 dagen waarvan 114 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden voor behandeling en meldplicht.
De straf moet verdachte weerhouden van herhaling en omvat begeleiding door reclassering en ambulante behandeling bij een forensische kliniek. De rechtbank achtte een lagere straf niet passend gezien de ernst van het feit en de omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur werkstraf en 120 dagen gevangenisstraf waarvan 114 dagen voorwaardelijk voor poging zware mishandeling met een mes.