ECLI:NL:RBGEL:2014:6069
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing protocol notaris aan waarnemer ondanks vestigingsplaatsverschil
De zaak betreft een geschil over de toewijzing van het protocol en de notariële bescheiden van een defungeerde notaris. Verweerder heeft het protocol toegewezen aan een waarnemer die het protocol reeds feitelijk beheerde en voor eigen rekening en risico waarnam, ondanks dat deze niet in dezelfde vestigingsplaats was gevestigd als eiser, die eveneens een verzoek had ingediend.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de vestigingsplaats van belang is bij de toewijzing, en dat het protocol een waarde vertegenwoordigt die meegewogen moet worden. Verweerder en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) adviseerden echter de bestaande situatie voort te zetten, waarbij het belang van de goede ambtsbediening en continuïteit voorop stond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn beoordelingsvrijheid redelijk heeft uitgeoefend en dat de belangenafweging niet onevenredig was. De vestigingsplaats speelt geen doorslaggevende rol, mede omdat de reisafstand tussen de kantoren vergelijkbaar is. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat bij de toewijzing van een protocol aan een waarnemer de continuïteit en de belangen van de ambtsbediening zwaarder wegen dan het privébelang van notarissen en dat de vestigingsplaats niet per definitie bepalend is.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het protocol wordt toegewezen aan de waarnemer ondanks vestigingsplaatsverschil.