Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde sub 1],
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- het proces-verbaal van comparitie van 20 juni 2014
- de conclusie van antwoord in reconventie.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen buren over de bouw van een schuur direct naast de zijgevel van de woning van de buurman, waarbij een raam volledig wordt afgedekt. De eiser heeft een bouwvergunning gekregen voor de schuur, maar de buurman stelt dat de bouw onrechtmatige hinder veroorzaakt doordat het raam volledig wordt verduisterd en de ventilatie van zijn kruipruimte wordt belemmerd.
De rechtbank oordeelt dat het raam niet kwalificeert als een 'verboden venster' in de zin van artikel 5:50 lid 1 BW Pro, omdat het geen uitzicht biedt op het naburig erf. Ook is er geen sprake van een erfdienstbaarheid van licht. Wel is sprake van onrechtmatige hinder op grond van artikel 5:37 juncto Pro 6:162 BW vanwege de volledige belemmering van lichtinval in een achterkamer die bedoeld is voor dagverblijf.
De bouwvergunning staat niet in de weg aan een volledige toetsing aan onrechtmatige hinder. De rechtbank vindt dat het belang van de buurman bij onbelemmerde lichtinval zwaarder weegt dan het belang van de eiser bij de uitvoering van de bouw met een schuin dak die het raam afsluit. De vorderingen van de eiser worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
In reconventie wordt geoordeeld dat de piepschuimplaten die de luchtroosters van de buurwoning afdekken verwijderd moeten worden, maar de rest van de fundering mag blijven liggen. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot bouwschuur die raam volledig afsluit wordt afgewezen; verwijdering piepschuim dat ventilatie belemmert wordt bevolen.