ECLI:NL:RBGEL:2014:635
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens tewerkstelling zonder vergunning ondanks afgeleid verblijfsrecht familielid unieburger
Eiseres kreeg een boete van €8.000 opgelegd wegens het in dienst hebben van een werknemer zonder tewerkstellingsvergunning, wat zij betwistte met het argument dat de werknemer als familielid van een economisch actieve unieburger vrijgesteld zou zijn van deze vergunningplicht op grond van Richtlijn 2004/38.
De werknemer, een Turkse nationaliteit dragend, was gehuwd met een Duitse unieburger en woonde met haar in Duitsland. De rechtbank overwoog dat het afgeleid verblijfsrecht van de werknemer hem slechts toestaat in Duitsland arbeid te verrichten, niet in Nederland, en dat hij geen zelfstandig recht op vrij verkeer binnen de EU-lidstaten heeft.
Verder faalde het verweer dat de werknemer legale arbeid had verricht op grond van het associatiebesluit nr. 1/80. Ook de matigingsverzoeken vanwege vermeende geringe draagkracht en het bezit van een Reisepass werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende had gedaan om de overtreding te voorkomen en dat de opgelegde boete proportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het in dienst hebben van een werknemer zonder tewerkstellingsvergunning wordt ongegrond verklaard.