Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
naam: [veroordeelde], hierna ook te noemen: veroordeelde,
Procedure
De beoordeling
Beslissing
niet-ontvankelijkin zijn vordering strekkende tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde op 15 oktober 2014 een vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een 42-jarige veroordeelde. De veroordeelde was eerder voorwaardelijk in vrijheid gesteld voor een periode van 385 dagen, welke periode op 14 oktober 2014 volledig was verstreken.
De reclassering rapporteerde op 11 juli 2014 dat de veroordeelde de samenwerking had stopgezet, waarna het openbaar ministerie werd geadviseerd tot herroeping over te gaan. Desondanks werd de vordering pas op 2 oktober 2014 ingediend, bijna drie maanden later dan het moment waarop het OM bekend was met de overtreding. De rechtbank constateerde dat de vordering niet onverwijld was ingediend, zoals vereist volgens artikel 15i, tweede lid, Sr.
Daarnaast werden onzorgvuldigheden vastgesteld in de vordering en de betekening van de oproeping, waaronder onduidelijkheden over de duur van opgelegde straffen en het ontbreken van bewijs van betekening aan de veroordeelde. De rechtbank oordeelde dat door het uitblijven van de vordering de belangen van de veroordeelde waren geschaad, terwijl het OM ook onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de samenleving.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van een redelijke en billijke belangenafweging verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.