Op 2 juli 2014 schoot verdachte in Nijmegen met een omgebouwd gaspistool meerdere keren op [slachtoffer 1], die ernstig werd gewond, en op twee politieagenten ([slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]). Verdachte handelde met opzet, maar voerde verweer dat het wapen en de munitie nep waren en stelde putatief noodweer in. De rechtbank verwierp dit verweer.
Multidisciplinaire deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan paranoïde schizofrenie en psychotisch handelde, waardoor hij ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank volgde dit en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging. Gezien de ernst van de feiten en het psychiatrische ziektebeeld legde de rechtbank een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op.
De benadeelde partijen vorderden schadevergoeding. De rechtbank wees de vordering van [slachtoffer 1] af wegens ontbreken van rechtstreeks verband met bewezen feiten. De vorderingen van de politieagenten werden toegewezen, elk voor €2.000,-, met een vervangende hechtenis van één dag bij niet-betaling.
De rechtbank beval onttrekking van het wapen en munitie aan het verkeer en teruggave van overige inbeslaggenomen goederen. De uitspraak werd gedaan door drie rechters, waarvan twee niet konden medeondertekenen wegens omstandigheden.