Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
beschikking gezag en omgangsregeling
[Naam vader]
Het verloop van de procedure
De feiten
- [Naam minderjarige 1];
- [Naam minderjarige 2]
Rechtbank Gelderland
De ouders hebben verzocht om herstel van het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen, nadat zij in 2011 van het gezag waren ontheven en de voogdij was toegewezen aan Bureau Jeugdzorg Gelderland, die de uitvoering aan de William Schrikker Groep had opgedragen. De kinderen verblijven sinds 2004 in een pleeggezin.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:277 BW Pro, waarbij vereist is dat de situatie zodanig is veranderd dat de kinderen weer aan de ouders kunnen worden toevertrouwd. De ouders stelden zich op het standpunt dat een rapport van een orthopedagoog en gz-psycholoog nieuwe inzichten bood, maar de rechtbank oordeelde dat dit rapport slechts een andere visie gaf op reeds bekende feiten en niet tot nieuwe feiten leidde.
Ook is vastgesteld dat het rapport niet volledig was, omdat de kinderen niet zelf zijn betrokken en de huidige situatie niet volledig is onderzocht. Het feit dat de schizofrenie van de vader onder controle is, werd als onvoldoende nieuw feit beschouwd. De rechtbank concludeerde dat de kinderen gezien hun langdurige plaatsing in een pleeggezin en hun specifieke situatie niet zonder meer aan de ouders kunnen worden toevertrouwd.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en zag geen aanleiding voor aanvullend onderzoek of meervoudige behandeling van de zaak. De beschikking werd op 9 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter M.E. Snijders.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het ouderlijk gezag is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die een andere beoordeling rechtvaardigen.