ECLI:NL:RBGEL:2014:6918
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ondercuratelestelling wegens onvoldoende noodzaak en familieconflict
Verzoekster, dochter van betrokkene, verzocht om ondercuratelestelling van haar moeder wegens vermeende onvermogen om eigen belangen te behartigen door lichamelijke en geestelijke toestand. Betrokkene lijdt aan vasculaire dementie en haar zoon regelt sinds jaren haar financiële en administratieve zaken op basis van een volmacht.
De kantonrechter stelde vast dat hoewel betrokkene geestelijk beperkt is, er geen noodzaak bestaat voor een beschermingsmaatregel omdat de zoon adequaat de belangen behartigt en de zorg goed geregeld is. Het onderlinge conflict tussen de kinderen over de zorg en belangen van betrokkene kan niet worden opgelost door benoeming van een mentor.
De rechter oordeelde dat een professionele mentor niet in het belang van betrokkene zou zijn vanwege het ontbreken van een vertrouwensband en het risico op negatieve effecten. De situatie wordt nauwlettend gevolgd en betrokkene staat op een wachtlijst voor een dementie-afdeling. Het verzoek tot ondercuratelestelling werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ondercuratelestelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak en het familieconflict.