ECLI:NL:RBGEL:2014:6948

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 november 2014
Publicatiedatum
5 november 2014
Zaaknummer
AWB - 14 _ 2441
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:1 AwbArt. 12 BABWArt. 13 BABWArt. 15 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit met rechtsgevolg bij omzetting 30 km/u zone

Op 13 februari 2014 nam het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet een verkeersbesluit waarbij een 30 km/u zone werd omgezet naar een wegvak met een maximumsnelheid van 30 km/u. Eisers stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of deze omzetting een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, dat wil zeggen een besluit gericht op rechtsgevolg.

De rechtbank oordeelde dat de omzetting geen wijziging van een gebod of verbod inhoudt, aangezien de maximumsnelheid ongewijzigd blijft. Ook uit de toepasselijke regelgeving, waaronder de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, kon niet worden afgeleid dat er sprake is van een rechtsgevolg. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de inrichting van de weg conform de richtlijn Duurzaam Veilig geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming biedt, omdat dit niet leidt tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers.

De rechtbank concludeerde dat het omzetten van de 30 km/u zone naar een wegvak met dezelfde maximumsnelheid geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, waardoor geen beroep openstaat tegen deze omzetting. Ook de wijziging van de voorrangssituatie op bepaalde kruispunten werd als besluit met rechtsgevolg aangemerkt, maar eisers werden niet als belanghebbenden beschouwd. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de omzetting van de 30 km/u zone geen besluit met rechtsgevolg is en eisers geen belanghebbenden zijn bij de wijziging van de voorrangssituatie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 14/2441

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eisers]

,
allen woonachtig te [woonplaats],
eisers,
(gemachtigde: J.W. Stoffelen)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeette Nunspeet, verweerder.

Procesverloop

Op 13 februari 2014 heeft verweerder een verkeersbesluit genomen.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2014. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door J.W. Stoffelen en J.P. Koreman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door R.P.R. Klerks en P.N. Kokkes.

Overwegingen

1. Op 13 februari 2014 heeft verweerder besloten om (I) de 30 km/u zone op de Kienschulpenweg en de Industrieweg om te zetten naar een weg met wegvakken waar een maximumsnelheid geldt van 30 km/u door middel van plaatsing van borden A1 (30) en A2 (einde 30) en (II) de voorrang op de kruispunten Industrieweg-Energieweg en Industrieweg-Voltweg te regelen door middel van borden B5 en B6 en haaientanden.
2. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of het omzetten van de 30 km/u zone naar een weg met wegvakken met een maximumsnelheid van 30 km/u een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
3. Ingevolge artikel 1:3 van Pro de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling gericht op rechtsgevolg. Beoordeeld moet dus worden of het omzetten van de 30 km/u zone naar een weg met wegvakken met een maximumsnelheid van 30 km/u, een rechtsgevolg heeft. De rechtbank overweegt in dat verband als volgt.
4. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) geschiedt de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens, en onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, krachtens een verkeersbesluit.
Ingevolge het tweede lid geschieden maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.
5. Ingevolge artikel 12 van Pro het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), voor zover van belang, moet de plaatsing of verwijdering van de borden die zijn opgenomen in de hoofdstukken A tot en met G van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, uitgezonderd de borden C22 en E9, alsmede de borden E4, E12 en E13 tenzij onder deze verkeersborden een onderbord als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel d, wordt aangebracht, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel 8, derde lid geschieden krachtens een verkeersbesluit.
6. Ingevolge artikel 13 van Pro het BABW kan in het verkeersbesluit tot plaatsing van borden die de snelheid, het parkeren of geslotenverklaringen betreffen alsmede van bord G7, worden bepaald dat de door deze borden aangeduide geboden of verboden gelden in een bepaald gebied.
7. De rechtbank stelt vast dat met de omzetting geen sprake is van het ontstaan of wijzigen van een gebod of verbod als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994. De geldende maximumsnelheid blijft immers ongewijzigd. In zoverre is dus geen sprake van een rechtsgevolg. Ook overigens kan uit de van toepassing zijnde regelgeving, waaronder de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens, niet worden afgeleid dat er een onderscheid in rechtsgevolg bestaat tussen een 30 km/u zone en een wegvak met een maximumsnelheid van 30 km/u.
8. Eisers hebben betoogd dat de omzetting gevolgen heeft voor de wijze waarop verweerder de betrokken weg dient in te richten. Zij hebben daartoe verwezen naar de richtlijn Duurzaam Veilig. De rechtbank overweegt echter dat ingevolge artikel 15, tweede lid van de WVW 1994, het feitelijke inrichten van een weg slechts krachtens een verkeersbesluit geschiedt, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken. Daarvan is bij maatregelen om de maximumsnelheid van 30 km/u te waarborgen geen sprake. Dit maakt dat tegen het al dan niet nemen van dergelijke feitelijk maatregelen geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat, zodat het hetgeen eisers hebben aangevoerd over de inrichting van de weg conform Duurzaam Veilig evenmin maakt dat de omzetting van de 30 km/u zone naar een weg met wegvakken met een maximumsnelheid van 30 km/u op rechtsgevolg is gericht.
9. Uit het voorgaande volgt dat het omzetten van de 30 km/u zone naar een weg met wegvakken met een maximumsnelheid van 30 km/u, geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Awb staat bij de rechtbank geen beroep open tegen deze beslissing.
10. De in rechtsoverweging 1 onder II genoemde wijziging van de voorrangssituatie op de kruispunten Industrieweg-Energieweg en Industrieweg-Voltweg heeft wel rechtsgevolg en is dus wel een verkeersbesluit. Eisers wonen echter op geruime afstand van de betreffende kruispunten en zij hebben, zoals ook ter zitting besproken, geen bijzondere, individuele belangen bij het regelen van de voorrang op die kruispunten. Eisers hebben in dat verband ook geen gronden ingediend
.Bij dat besluit zijn eisers naar het oordeel van de rechtbank dus geen belanghebbenden.
11. Nu tegen het omzetten van de 30 km/u zone naar een weg met wegvakken met een maximumsnelheid van 30 km/u, geen beroep openstond en eisers bij de wijziging van de voorrangssituatie geen belanghebbenden zijn, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in tegenwoordigheid van mr. N.J.H. Klomp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.