Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Markerink
- de pleitnota van ING.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Gelderland
Markerink, een scheepswerf, vordert in kort geding dat ING en Rijndec medewerking verlenen aan de openbare verkoop van twee scheepscasco's waarop zij een retentierecht claimt wegens onbetaalde werkzaamheden. ING verstrekte een lening aan Rijndec Quality en Rijndec Shipbuilding, die eigenaar zijn van de casco's, terwijl Markerink contractuele relaties heeft met Rijndec Trading en Rijndec Shipping.
Markerink stelt dat zij de casco's in bewaring heeft en dat de opbrengst van de verkoop aan haar toekomt voor zover haar retentierecht strekt. ING en Rijndec verzetten zich tegen de vorderingen. De voorzieningenrechter oordeelt dat Markerink geen opeisbare vordering heeft op de eigenaren van de casco's en dat het retentierecht niet geldt voor binnenschepen volgens artikel 8:820a BW. Bovendien ontbreekt een executoriaal beslag en is ING niet gehouden tot medewerking aan de verkoop.
De vordering tot betaling van bewaarkosten wordt eveneens afgewezen vanwege onvoldoende spoedeisend belang en betwisting van de hoogte en aard van de kosten. Markerink wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van Markerink tot medewerking openbare verkoop en betaling bewaarkosten worden afgewezen.