ECLI:NL:RBGEL:2014:7078

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 november 2014
Publicatiedatum
13 november 2014
Zaaknummer
271989
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RvArt. 36 RvArt. 149 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken objectieve vrees voor partijdigheid

De wrakingskamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem behandelde op 11 november 2014 een wrakingsverzoek van Plathos Group B.V. tegen een rechter die betrokken was bij een executiegeschil met Nationale Handelsacademie B.V. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de rechter telefonisch informatie had laten inwinnen bij de wederpartij zonder de verzoekster te informeren, waardoor de schijn van partijdigheid zou zijn gewekt.

De rechter had opdracht gegeven aan een griffiemedewerkster om de advocaat van de wederpartij te bellen over de aanwezigheid van een bankgarantie, relevant voor de beoordeling van spoedeisendheid. Hoewel het de bedoeling was ook verzoekster te benaderen, werd het wrakingsverzoek ingediend voordat dit kon gebeuren.

De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die objectief aantonen dat de rechter vooringenomen is of dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is. Telefonisch informatie inwinnen zonder hoor en wederhoor kan de schijn van partijdigheid wekken, maar is op zichzelf onvoldoende. In deze zaak was het wrakingsverzoek binnen 25 minuten ingediend, waardoor de rechter niet de kans kreeg hoor en wederhoor toe te passen, maar dit was wel de intentie.

De kamer concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de vrees vooringenomenheid rechtvaardigen en wees het wrakingsverzoek af. De beschikking werd uitgesproken door de voorzitter en twee rechters, en is niet vatbaar voor beroep.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve gronden voor vrees voor partijdigheid.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer
Zaaknummer: 271989 14-527
Rechtbanknummer: 14/941
Beschikking van 11 november 2014
in de zaak van
Plathos Group B.V.,
gevestigd te Culemborg,
verzoekster tot wraking,
advocaat: mr.drs. M. Visssers
tegen
[de rechter], in zijn hoedanigheid van rechter.

1.De procedure

1.1
Bij emailbericht van 7 november 2014 met productie heeft verzoekster schriftelijk een wrakingsverzoek ingediend tegen [de rechter]. Bij schrijven van 10 november 2014 heeft verzoekster de gronden van de wraking nader uiteengezet.
1.2
Op 11 november 2014 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld. Verzoekster was aldaar vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door mr. Vissers, voornoemd. Tevens was [de rechter] aanwezig.

2.Het wrakingsverzoek en het standpunt van de rechter

2.1
Het verzoek tot wraking is gericht tegen [de rechter] als rechter in de (kort geding)procedure tussen verzoekster en de besloten vennootschap Nationale Handelsacademie B.V (hierna: NHA).
2.2
Verzoekster heeft aan haar verzoek, kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Op 30 oktober 2014 vond de mondelinge behandeling plaats in een executiegeschil dat was aangespannen door NHA B.V. jegens Plathos Group B.V. De beslissing is toen aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen mediation te beproeven en de zaak is naar de rol verwezen van 4 december 2014. Partijen hebben vervolgens op 6 november 2014 bericht dat, kort gezegd, de mediation niet was geslaagd en er is vonnis gevraagd. Verzoekster is naar aanleiding van een email bericht van de advocaat van de wederpartij aan de rechtbank van 7 november 2014 om 13.46 uur gebleken dat in opdracht van [de rechter] door een griffiemedewerkster telefonisch contact was gelegd met de advocaat van de wederpartij. Daarbij zou geen opdracht zijn gegeven ook verzoekster te bellen, zo bleek verzoekster na nader contact met de betreffende griffiemedewerkster. De rechter heeft dan ook niet voldaan aan de beginselen van hoor en wederhoor en hetgeen is bepaald in de artikelen 24 en 149 van het Wetboek van Rechtsvordering geschonden. Hierdoor is de schijn van partijdigheid gewekt.
2.3
[de rechter] heeft ter zitting bevestigd dat hij de griffiemedewerkster opdracht heeft gegeven de advocaat van NHA te bellen om navraag te doen of er al dan niet een bankgarantie was gesteld, zoals tijdens de mondelinge behandeling door NHA was aangevoerd. Het antwoord op die vraag was in de visie van [de rechter] van belang om de spoedeisendheid te kunnen beoordelen, zulks in verband met de termijn waarop het vonnis diende te worden gewezen. Het was zijn bedoeling ook verzoekster nog te laten benaderen. Echter, voordat daartoe overgegaan kon worden, was het verzoek tot wraking ingediend.

3.De beoordeling

3.1
Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996, 484). Uit artikel 36 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat de verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit objectief afgeleid moet worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de wrakingskamer het volgende.
3.2
Het zelfstandig telefonisch inwinnen van informatie door of namens een rechter in deze stand van de procedure staat op gespannen voet met het beginsel van hoor en wederhoor en zou onder omstandigheden kunnen wijzen op de schijn van partijdigheid. Vooral als dat geheel buiten de andere partij om gaat. Echter, de enkele omstandigheid dat de rechter telefonisch informatie laat inwinnen omtrent een concreet feit onder de door hem geschetste omstandigheden, is naar het oordeel van de wrakingskamer in beginsel onvoldoende grond voor vrees van partijdigheid. Wel zal de rechter hoor en wederhoor moeten toepassen.
3.3
In deze zaak kwam het wrakingsverzoek binnen 25 minuten na het emailbericht van de advocaat van NHA. Daarmee is de rechter in redelijkheid onvoldoende gelegenheid geboden wederhoor toe te passen, hetgeen de rechter, zoals hij ter zitting heeft verklaard, wel voornemens was te doen.
Gelet op het vorenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat geen sprake is van dusdanige uitzonderlijke omstandigheden die de vrees voor vooringenomenheid zouden rechtvaardigen. Het verzoek tot wraking wordt dan ook afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank wijst af het verzoek tot wraking.
Deze beschikking is gegeven door de mr. H.P.M. Kester, voorzitter, mr. M.G.J. van Well en mr. F.M.T. Quaadvliet, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, op 11 november 2014.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.