Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
VONNIS
[verdachte],
Beslissing
niet bewezen, dat verdachte het
primair ten laste gelegdefeit heeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij;
subsidiair ten laste gelegdefeit heeft begaan;
zware mishandeling;
gevangenisstrafvoor de duur van
tien maanden;
gedeeltevan de gevangenisstraf, groot
vier maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een
proeftijd van 2 jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
schadevergoedingaan
benadeelde partij
€ 5.000,00, met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijkin de vordering;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van
[slachtoffer], een bedrag
te betalen van € 5.000,00met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal
zestig dagenhechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
heft ophet bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.