ECLI:NL:RBGEL:2014:7620

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2014
Publicatiedatum
10 december 2014
Zaaknummer
05/820287-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Prisse
  • Van Apeldoorn
  • Schaap
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 lid 2 Wetboek van StrafrechtArt. 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak pedagogisch medewerker van ontucht met minderjarige bewoonster zorginstelling

Een pedagogisch medewerker werd beschuldigd van ontucht met een minderjarige bewoonster van een zorginstelling te Apeldoorn, gepleegd tussen april en oktober 2013. De bewoonster deed op 21 november 2013 aangifte van het ten laste gelegde feit.

De officier van justitie eiste bewezenverklaring van het feit, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank onderzocht de verklaringen, foto’s, telefoon- en computergegevens en getuigenverklaringen.

De rechtbank oordeelde dat de foto niet aan verdachte kon worden toegeschreven, de digitale gegevens geen belastend bewijs bevatten en getuigenverklaringen vooral gebaseerd waren op de verklaringen van de aangifte. Hierdoor was er onvoldoende bewijs om de beschuldiging te ondersteunen.

De verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Zutphen
Team strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 05/820287-14
Uitspraak d.d. 9 december 2014
Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats] aan de [adres].
Mr. B.J. Sanders, advocaat te Zutphen.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
25 november 2014.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand april 2013 tot en met 30 oktober 2013 te Apeldoorn, terwijl hij toen werkzaam was (als pedagogisch medewerker) in een instelling van weldadigheid ([kliniek]) en/of in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2]), die in genoemde instelling opgenomen/woonachtig was en/of zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij (telkens) zijn penis in haar vagina gebracht en/of zijn penis door haar laten aftrekken en/of zijn tong in haar mond gebracht (tongzoen) en/of een foto van zijn penis naar haar verstuurd;
art 249 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 249 lid 2 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht
art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
Vrijspraak
Aanleiding van het onderzoek
[slachtoffer], bewoonster van zorginstelling [kliniek] te Apeldoorn, doet op 21 november 2013 aangifte van ontucht gepleegd in de periode april tot en met oktober 2013 door verdachte, werkzaam als begeleider bij deze instelling.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde, één en ander zoals verwoord in het door haar overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijk requisitoir. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Standpunt van de verdachte / de verdediging
De raadsman heeft – kort samengevat – vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde, één en ander zoals verwoord in de door hem overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnota. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte het hem tenlastegelegde feit ontkent en dat de stukken in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevatten voor veroordeling van verdachte voor dit feit.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat in de verklaringen en de overige gegevens in het dossier onvoldoende aanknopingspunten zijn te vinden voor ondersteuning van de aangifte van [slachtoffer]. In ieder geval kunnen de foto van de deels ontblote man, aangetroffen op de computer van [slachtoffer], de telefoon- en computergegevens van verdachte en [slachtoffer] en de diverse getuigenverklaringen hiertoe niet dienen, nu de foto niet is te herleiden tot verdachte, de telefoon- en computergegevens niets belastends voor verdachte opleveren en de getuigenverklaringen hun oorsprong met name vinden in hetgeen aangeefster hen verteld heeft.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het aan hem tenlastegelegde nu wettig bewijs tekort schiet en zij uit hetgeen er in het dossier voorhanden is niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan.
Vordering tot schadevergoeding
De benadeelde partij [slachtoffer] wonende te Apeldoorn heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.500,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.
De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart
niet bewezen, dat verdachte het
ten laste gelegdeheeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij;
 verklaart de
benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mrs. Van Apeldoorn en Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp-Noordenbos, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 december 2014.