ECLI:NL:RBGEL:2014:7678

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 december 2014
Publicatiedatum
11 december 2014
Zaaknummer
06/922752-09
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • M. van Lookeren Campagne
  • A. Prisse
  • J. Sonneveldt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beleggingsfraude door vennootschap onder firma BAOG met meerdere benadeelde partijen

In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 10 december 2014 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die betrokken was bij beleggingsfraude via de vennootschap onder firma BAOG. De verdachte werd beschuldigd van meerdere misdrijven, waaronder oplichting, valsheid in geschrifte en overtredingen van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en de Wet op het financieel toezicht. De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met anderen op een listige manier investeerders heeft misleid door hen te doen geloven dat hun ingelegde geld zou worden gebruikt voor de aankoop van onroerend goed, terwijl dit in werkelijkheid niet gebeurde. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte en zijn mededaders in totaal miljoenen euro's van particuliere beleggers hebben aangetrokken, waarbij hen werd voorgespiegeld dat zij zouden profiteren van huuropbrengsten. De rechtbank achtte 42 vorderingen van benadeelde partijen grotendeels toewijsbaar en legde een gevangenisstraf van 20 maanden op. De rechtbank overwoog dat de verdachte op geraffineerde wijze misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van nietsvermoedende particulieren, wat leidde tot ernstige financiële en emotionele gevolgen voor de slachtoffers. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in de strafprocedure en heeft de strafduur dienovereenkomstig verlaagd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
team strafrecht
zittingsplaats Zutphen
parketnummer : 06/922752-09
data zitting : 29 augustus 2012, 4 november 2014 en 26 november 2014
datum uitspraak : 10 december 2014
TEGENSPRAAK
Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van
de officier van justitie bij het Functioneel Parket
tegen
naam : [verdachte]
geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland
Raadsvrouw: mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
Gefisnummer 44633 (OPV-02)
Hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf 1], op een of meer
tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 1
januari 2009, te Ugchelen, gemeente Apeldoorn en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) te bevoordelen door
het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door
een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtselen
(onder meer) de navolgende personen heeft bewogen tot de afgifte van de
navolgende goederen, te weten:
-[benadeelde 46], een geldbedrag van 35.000 euro (D-38) en/of
-[benadeelde 50], een geldbedrag van 50.000 euro (D-20) en/of
-[benadeelde 35], een geldbedrag van 35.000 euro (D-53) en/of
-[benadeelde 51], een geldbedrag van 50.000 euro (D-46) en/of
-[benadeelde 52], een geldbedrag van 30.900 euro (D-68) en/of
-[benadeelde 53], een geldbedrag van 50.000 euro (D-65) en/of
-[benadeelde 54], een geldbedrag van 50.000 euro (D-61) en/of
-[benadeelde 1], een geldbedrag 60.000 euro (D-15) en/of
-[benadeelde 33], een geldbedrag van 25.000 euro (D-49) en/of
-[benadeelde 11], een geldbedrag van 25.750 euro (D-34) en/of
-[benadeelde 48], een geldbedrag van 75.000 euro (D-58) en/of
-[benadeelde 49], een geldbedrag van 190.000 euro (D-59 en D-60) en/of
-[benadeelde 40], een geldbedrag van 35.000 euro (D-16 i.c.m. D-124C/57) en/of
-[benadeelde 55], een geldbedrag van 30.000 euro (D-09) ,
in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn
mededaders (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
zich tegenover bedoelde personen heeft voorgedaan als een bonafide
(investerings)bedrijf en, in die hoedanigheid van bonafide
(investerings)bedrijf, bedoelde personen via prospectus(sen) en/of telefonisch
en/of in persoon heeft/hebben benaderd en heeft/hebben voorgewend dat:
-het door de belegger(s)/geldlener(s) ingelegde/geleende geld (volledig) zou
worden aangewend voor de aankoop van onroerend goed ten behoeve van de verhuur
en/of
-met het door de belegger(s)/geldlener(s) ingelegde/geleende geld een
specifiek woonhuis, althans onroerend goed, zou worden aangekocht en/of ter
zake van welk onroerend goed de belegger(s)/geldlener(s) een positieve
hypotheekverklaring zou worden verstrekt en/of
-op de inleg/lening jaarlijks een rendement van 12% (1% per maand) zou worden
uitbetaald (afkomstig van verhuuropbrengsten) en/of
-het ingelegde/geleende geld na vijf jaar (in termijnen) zou worden
terugbetaald en/of
-de belegger(s)/geldlener(s) mede-eigenaar van het specifieke woonhuis,
althans onroerend goed zou(den) worden (ter waarde van hun inleg/lening) en/of
-[bedrijf 1] (ook) investeerde in het aan te schaffen onroerend goed
waardoor (onder meer) die [benadeelde 46] en/of [benadeelde 6]en/of [benadeelde 35] en/of
[benadeelde 51] en/of [benadeelde 52] en/of [benadeelde 53] en/of [benadeelde 54]
en/of [benadeelde 1] en/of [benadeelde 33] en/of [benadeelde 11] en/of [benadeelde 48]
en/of [benadeelde 49] en/of [benadeelde 40] en/of [benadeelde 55] werd(en) bewogen tot
bovenomschreven afgifte;
art 326 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf 1], op een of meer
tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 1
januari 2009, te Ugchelen, gemeente Apeldoorn en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,
(een) geldbedrag(en) van (in totaal) ongeveer 1.662.177,10 euro, in elk geval
enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een groot aantal investeerders
in [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of
zijn mededaders, en welke hoeveelhe(i)d(en) geld/goederen verdachte en/of zijn
mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als (bruik)lener en/of
vennoot [bedrijf 1], onder zich had(den), telkens wederrechtelijk zich heeft/hebben
toegeëigend, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders (onder meer):
1) 1.080.550 euro, althans enig geldbedrag, overgemaakt naar bankrekening
51.14.31.538 van [bedrijf 2] en/of
2) 73.233,36 euro, althans enig geldbedrag, uitgegeven ten behoeve van diverse
auto's en/of
3) 75.000 euro, althans enig geldbedrag, overgemaakt aan [bedrijf 4]
en/of
4) 55.000 euro, althans enig geldbedrag, overgemaakt naar bankrekening
[nummer] van [bedrijf 5] en/of
5) 151.176 euro, althans enig geldbedrag, overgemaakt naar de bankrekening van
[bedrijf 6] en/of
6) per saldo 176.893, althans enig geldbedrag, in contanten (per kas)
opgenomen en/of overgemaakt naar de bankrekening(en) van [medeverdachte] en/of
overgemaakt naar de bankrekening(en) van [verdachte];
art 321 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2.
Gefisnummer 44633 (OPV-3)
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op een of meer
tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 31
december 2006 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, (telkens)
opzettelijk bedrijfsmatig al dan niet op termijn opvorderbare gelden van het
publiek, te weten van:
[benadeelde 56] (D-53, pg 778) (voor een bedrag van 35.000 euro) en/of
[benadeelde 33] (D-49, pg 773) (voor een bedrag van 25.000 euro) en/of
[benadeelde 46] (D-38, pg 752) (voor een bedrag van 33.000 euro) en/of
[benadeelde 9] (D-25, pg 732) (voor een bedrag van 25.750 euro) en/of
[benadeelde 57] (D-90, pg 905) (voor een bedrag van 20.000 euro) en/of
[benadeelde 52] (D-68, pg 799) (voor een bedrag van 30.900 euro) en/of
[benadeelde 58] (D-31, pg 742) (voor een bedrag van 10.000 euro) en/of
[benadeelde 17] (D-51, pg 776) (voor een bedrag van 30.000 euro),
en/of een of meer anderen, heeft aangetrokken en/of heeft doen aantrekken
en/of ter beschikking heeft verkregen en/of ter beschikking heeft gehad en/of
(telkens) -al dan niet opzettelijk- in enigerlei vorm heeft/hebben/bemiddeld
ter zake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken en/of ter
beschikking verkrijgen van de hierboven al dan niet op termijn opvorderbare
gelden;
artikel 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen
en/of
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op een of meer
tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 1
januari 2009 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, (telkens)
opzettelijk in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring
opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, te weten van:
[benadeelde 59] (D-03, pg 699) (een bedrag van 35.000 euro) en/of
[benadeelde 45] (D-05, pg 701) (een bedrag van 25.000 euro) en/of
[benadeelde 55] (D-09, pg 706) (een bedrag van 30.000 euro) en/of
[benadeelde 60] (D-24, pg 730) (een bedrag van 25.750 euro) en/of
[benadeelde 11] (D-34, pg 747) (een bedrag van 25.750 euro) en/of
[benadeelde 29] (D-44, pg 764) (een bedrag van 10.000 euro) en/of
[benadeelde 61] (D-63, pg 792) (een bedrag van 25.000 euro) en/of
[benadeelde 53] (D-66, pg 796) (een bedrag van 10.000 euro),
en/of een of meer anderen, heeft aangetrokken en/of heeft doen aantrekken
en/of ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft gehad;
art 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen 1992
3.
Gefisnummer 44633 (OPV-4)
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op een of meer
tijdstip(pen) in de periode van 1 juni 2006 tot en met 10 juli 2008 te
Ugchelen, gemeente Apeldoorn en/of Almere en/of Loenen, gemeente Apeldoorn
en/of Ede en/of Heerde en/of Zwolle en/of Biddinghuizen, gemeente Dronten, in
elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen
en/of alleen
één of meer positieve hypotheekverklaring(en) (D-nrs: 04; 06a; 7; 8; 9a; 12a;
13; 16a; 17a; 18a; 20a; 21a; 24a; 26a; 27a; 28a; 29a; 32a; 33a; 36a; 38a; 38b;
39a; 40a; 41a; 43a; 45a; 46a; 47a; 48a; 50a; 53a; 57a; 61a; 64a; 67a; 70a;
71a; 89a; 122; 150; 183),
- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot enig feit te dienen -
(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat
geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen
gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de
waarheid
- te vermelden dat [bedrijf 1] de juridisch eigenaar is van het
onroerend goed [adres 1] te Zwolle en/of van het onroerend goed
[adres 2] te Zwolle en/of van het onroerend goed [adres 3] te
Apeldoorn en/of
- niet te vermelden dat dit/deze onroerend(e) goed(eren) volledig gefinancierd
zijn/waren door middel van een of meerdere hypothe(e)k(en) en/of
- een handtekening, niet zijnde zijn, verdachtes, handtekening, te plaatsen
(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
en/of
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op een of meer
tijdstip(pen) in de periode van 1 juni 2006 tot en met 10 juli 2008 te
Ugchelen, gemeente Apeldoorn en/of Apeldoorn en/of Loenen, gemeente Apeldoorn
en/of Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre en/of Almere en/of Ede en/of Heerde
en/of Zwolle en/of Biddinghuizen, gemeente Dronten, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen
(telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een of meer valse of
vervalste geschrift(en), als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst
en/of (telkens) opzettelijk een of meer valse of vervalste geschrift(en)
heeft/hebben afgeleverd, terwijl wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden,
dat die/dat geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware deze echt en
onvervalst,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) één of meer positieve
hypotheekverklaring(en), elk zijnde een geschrift dat bestemd is/was om tot
bewijs van enig feit te dienen,
afgegeven/afgeleverd aan (onder meer) [benadeelde 62] (D-27-A)en/of [benadeelde 46]
(D-38-A) en/of [benadeelde 6](D-20-A) en/of [benadeelde 51] (D-46-A)[benadeelde 63]
(D-61-A) en/of [benadeelde 55] (D-09-A)
en bestaande die valsheid of die vervalsing (telkens) daarin dat hij en/of
zijn mededader(s)
- heeft/hebben vermeld dat [bedrijf 1] de juridisch eigenaar is
van het onroerend goed [adres 1] te Zwolle en/of van het onroerend
goed [adres 2] te Zwolle en/of van het onroerend goed [adres 3] te
Apeldoorn en/of
- niet heeft/hebben vermeld dat dit/deze onroerend(e) goed(eren) volledig
gefinancierd zijn/waren door middel van een of meerdere hypothe(e)k(en) en/of
- dat hij en/of zijn mededader(s) een handtekening, niet zijnde zijn,
verdachtes, handtekening, heeft/hebben geplaatst
(artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)
art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht
4.
Gefisnummer 46428
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008
tot en met 28 mei 2008, te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) te bevoordelen door
het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door
een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtselen
[benadeelde 64] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en),
van 196.621, in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte en/of
zijn mededaders (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
voorgewend
-dat dit geld (deels) zou worden aangewend voor de aankoop van zes (6)
zogenaamde [bedrijf 3] en/of
-[benadeelde 64] zekerheid zou hebben omdat hij terugbetaling van 200.000 euro kon
eisen tegen teruggave (om niet) van drie (3) [bedrijf 3]
waardoor die [benadeelde 64] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
art 326 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 28 mei 2008 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een
geldbedrag van circa 112.333 euro, in elk geval enig geldbedrag, in elk geval
enig goed dat geheel of ten dele toebehoorde aan [bedrijf 7] en/of [benadeelde 64], in
elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren)
verdachte uit zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker marketing en
verkoop, en aldus anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk
zich heeft toegeëigend;
art 321 Wetboek van Strafrecht
art 322 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 28 mei 2008 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een
geldbedrag van circa 112.333 euro, in elk geval enig geldbedrag, in elk geval
enig goed dat geheel of ten dele toebehoorde aan [bedrijf 7] en/of [benadeelde 64], in
elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren)
hij anders dan door misdrijf, te weten als beheerder, onder zich had,
wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
art 321 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 29 augustus 2012, 4 november 2014 en 26 november 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte telkens verschenen. Verdachte is telkens bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer.
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3.Ontvankelijkheid openbaar ministerie

Met betrekking tot de vraag of de officier van justitie in haar vervolging kan worden ontvangen overweegt de rechtbank als volgt. De officier van justitie noch de raadsvrouw heeft aanleiding gezien hierover opmerkingen te maken. Ambtshalve overweegt de rechtbank als volgt.
De aan verdachte onder feit 2 ten laste gelegde overtreding van artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (oud) zou volgens de tenlastelegging zijn gepleegd in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 31 december 2006. In die periode betrof een dergelijke overtreding ingevolge artikel 1, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten een economisch delict – voor zover opzettelijk begaan te kwalificeren als een misdrijf – dat ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 2, (oud) van de Wet op de economische delicten wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van de vierde categorie. Ingevolge artikel 70, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht in combinatie met het bepaalde in artikel 71, aanhef, van het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering voor een misdrijf waarop een geldboete, hechtenis of een gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld in ieder geval indien zes jaren zijn verstreken na de dag waarop het feit is gepleegd.
Op 14 juni 2012 is een eerste vervolgingshandeling jegens verdachte verricht in de vorm van het betekenen van zijn dagvaarding, welke daad van vervolging de verjaring heeft gestuit. Het recht tot strafvordering is komen te vervallen wat betreft de ten laste gelegde periode van vóór 14 juni 2006. Bijgevolg zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde pleegperiode van 1 augustus 2005 tot en met 14 juni 2006. Met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde personen gaat het daarbij om de aangevers [benadeelde 35], [benadeelde 9], [benadeelde 57] en [benadeelde 58], van wie verdachte in de periode tot 14 juni 2006 opvorderbare geldbedragen ter beschikking zou hebben gekregen.
Voor het overige is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte voor feit 2.

4.De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 eerste deel, 2 tweede deel, 3 eerste deel, 3 tweede deel en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:
1.
Hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf 1], op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 1 januari 2009, te Ugchelen, gemeente Apeldoorn en elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander,
telkens met het oogmerk om zich en een ander te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtselen (onder meer) de navolgende personen heeft bewogen tot de afgifte van de navolgende goederen, te weten:
-[benadeelde 46], een geldbedrag van 35.000 euro en
-[benadeelde 50], een geldbedrag van 50.000 euro en
-[benadeelde 35], een geldbedrag van 35.000 euro en
-[benadeelde 51], een geldbedrag van 50.000 euro en
-[benadeelde 52], een geldbedrag van 30.900 euro en
-[benadeelde 53], een geldbedrag van 50.000 euro en
-[benadeelde 54], een geldbedrag van 50.000 euro en
-[benadeelde 1], een geldbedrag 60.000 euro en
-[benadeelde 33], een geldbedrag van 25.000 euro en
-[benadeelde 11], een geldbedrag van 25.750 euro en
-[benadeelde 48], een geldbedrag van 75.000 euro en
-[benadeelde 49], een geldbedrag van 190.000 euro en
-[benadeelde 40], een geldbedrag van 35.000 euro en
-[benadeelde 55], een geldbedrag van 30.000 euro,
hierin bestaande dat verdachte en zijn mededader telkens met vorenomschreven oogmerk –zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich tegenover bedoelde personen heeft voorgedaan als een bonafide investeringsbedrijf en, in die hoedanigheid van bonafide investeringsbedrijf, bedoelde personen via een prospectus en telefonisch en in persoon hebben benaderd en hebben voorgewend dat:
-het door de belegger/geldlener ingelegde/geleende geld volledig zou worden aangewend voor de aankoop van onroerend goed ten behoeve van de verhuur en
-met het door de belegger/geldlener ingelegde/geleende geld onroerend goed, zou worden aangekocht en ter zake van welk onroerend goed de belegger/geldlener een positieve hypotheekverklaring zou worden verstrekt en
-op de inleg/lening jaarlijks een rendement van 12% (1% per maand) zou worden uitbetaald (afkomstig van verhuuropbrengsten) en
-het ingelegde/geleende geld na vijf jaar (in termijnen) zou worden terugbetaald en
-de belegger/geldlener mede-eigenaar van het onroerend goed zou worden (ter waarde van hun inleg/lening) en
-[bedrijf 1] ook investeerde in het aan te schaffen onroerend goed
waardoor (onder meer) die [benadeelde 46] en [benadeelde 6]en [benadeelde 35] en [benadeelde 51] en [benadeelde 52] en [benadeelde 53] en [benadeelde 54] en [benadeelde 1] en [benadeelde 33] en [benadeelde 11] en [benadeelde 48] en [benadeelde 49] en [benadeelde 40] en [benadeelde 55] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
2.
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op tijdstippen in de periode van 8 juni 2006 tot en met 31 december 2006 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn,
tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk bedrijfsmatig al dan niet op termijn opvorderbare gelden van het publiek, te weten van:
[benadeelde 33] (voor een bedrag van 25.000 euro) en
[benadeelde 46] (voor een bedrag van 33.000 euro) en
[benadeelde 52] (voor een bedrag van 30.900 euro) en
[benadeelde 17] (voor een bedrag van 30.000 euro),
en een of meer anderen, heeft aangetrokken en ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft gehad
en
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2009 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn,
tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, te weten van:
[benadeelde 59] (een bedrag van 35.000 euro) en
[benadeelde 45] (een bedrag van 25.000 euro) en
[benadeelde 55] (een bedrag van 30.000 euro) en
[benadeelde 60] (een bedrag van 25.750 euro) en
[benadeelde 11] (een bedrag van 25.750 euro) en
[benadeelde 29] (een bedrag van 10.000 euro) en
[benadeelde 61] (een bedrag van 25.000 euro) en
[benadeelde 53] (een bedrag van 10.000 euro),
en een of meer anderen, heeft aangetrokken en ter beschikking heeft verkregen en ter beschikking heeft gehad;
3.
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op tijdstippen in de periode van 1 juni 2006 tot en met 10 juli 2008 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn en Almere en Loenen, gemeente Apeldoorn en Ede en Heerde en Zwolle en Biddinghuizen, gemeente Dronten,
tezamen en in vereniging met een ander
42 positieve hypotheekverklaringen,
- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot enig feit te dienen - telkens valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de
waarheid
- te vermelden dat [bedrijf 1] de juridisch eigenaar is van het
onroerend goed [adres 1] te Zwolle of van het onroerend goed
[adres 2] te Zwolle of van het onroerend goed [adres 3] te
Apeldoorn en
- niet te vermelden dat dit onroerend goed volledig gefinancierd is/was door middel van een of meerdere hypotheken en
- een handtekening, niet zijnde zijn, verdachtes, handtekening, te plaatsen
en
hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 1], op tijdstippen in de periode van 1 juni 2006 tot en met 10 juli 2008 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn en Apeldoorn en Loenen, gemeente Apeldoorn en Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre en Almere en Ede en Heerde
en Zwolle en Biddinghuizen, gemeente Dronten,
tezamen en in vereniging met een ander of alleen
telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, als ware dat geschrift echt en onvervalst en telkens opzettelijk een vals geschrift heeft afgeleverd, terwijl hij wist,
dat dat geschrift bestemd was voor gebruik als ware deze echt en onvervalst,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader positieve hypotheekverklaringen, elk zijnde een geschrift dat bestemd is/was om tot bewijs van enig feit te dienen,
afgegeven/afgeleverd aan (onder meer) [benadeelde 62] en [benadeelde 46] en [benadeelde 6]en [benadeelde 51] en [benadeelde 54] en [benadeelde 55]
en bestaande die valsheid telkens daarin dat hij en/of zijn mededader
- heeft vermeld dat [bedrijf 1] de juridisch eigenaar is van het onroerend goed [adres 1] te Zwolle en van het onroerend goed [adres 2] te Zwolle en van het onroerend goed [adres 3] te Apeldoorn en
- niet heeft/hebben vermeld dat dit onroerend goed volledig gefinancierd zijn/waren door middel van een of meerdere hypotheken en
- dat hij en/of zijn mededader een handtekening, niet zijnde zijn, verdachtes, handtekening, heeft/hebben geplaatst
4.
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 28 mei 2008, te Ugchelen, gemeente Apeldoorn,
tezamen en in vereniging met een ander
met het oogmerk om zich en ander te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtselen
[benadeelde 64] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van € 196.621, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – bedrieglijk en in strijd met de waarheid voorgewend
-dat dit geld (deels) zou worden aangewend voor de aankoop van zes (6) zogeheten [bedrijf 3] en
-[benadeelde 64] zekerheid zou hebben omdat hij terugbetaling van € 200.000,- kon eisen tegen teruggave (om niet) van drie (3) [bedrijf 3]
waardoor die [benadeelde 64] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1 primair en 4 primair (telkens):
medeplegen van oplichting
ten aanzien van feit 2:
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, terwijl dit feit opzettelijk wordt begaan, meermalen gepleegd
en
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, terwijl dit feit opzettelijk wordt begaan, meermalen gepleegd
ten aanzien van feit 3:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
en
medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd
De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

7.De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:
- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;
- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 3 oktober 2012;
De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.
De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.
De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is aangewezen, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening zou worden miskend. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte als leidinggevende van een ogenschijnlijk professioneel opererende onderneming heeft gefunctioneerd, de vennootschap onder firma [bedrijf 1], in het kader waarvan op grote schaal oplichting en valsheid in geschrift is gepleegd. Daarbij zijn ook de voormalige Wet toezicht kredietwezen 1992 en de Wet toezicht effectenverkeer 1995 overtreden.
Verdachte heeft op geraffineerde wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen van niets vermoedende particulieren. Door verdachte en diens mededader zijn in totaal miljoenen euro’s van particuliere beleggers aangetrokken waarbij hen werd voorgespiegeld dat zij zouden investeren in onroerend goed en konden profiteren van de huuropbrengsten die het onroerend goed zou genereren. De werkelijkheid was echter dat de aangetrokken gelden nooit zijn aangewend voor de aankoop in onroerend goed maar in rook zijn opgegaan.
Bovenstaande praktijken vormen een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich alleen maar laten leiden door hun eigen verlangen naar financieel gewin en zich niets gelegen laten liggen aan de grote financiële en emotionele gevolgen voor de slachtoffers, die hun beleggingen hebben zien verdampen zonder dat verdachte en zijn medeverdachte nog enige reële verhaalsmogelijkheid (lijken te) bieden. De handelwijze van verdachte heeft ook geleid tot concurrentievervalsing en werpt een smet op de legale beleggingswereld. De integriteit van de financiële wereld is aangetast.
De rechtbank zal de duur van de op te leggen gevangenisstraf met vier maanden verkorten wegens overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte is op 9 november 2009 aangehouden, in verzekering gesteld en tot zijn heenzending op 11 november 2009 als verdachte gehoord. Hij kon er sindsdien in redelijkheid rekening mee houden dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld. De rechtbank doet meer dan vijf jaar daarna uitspraak in zijn strafzaak. De in deze zaak vanwege de omvang en complexiteit naar het oordeel van de rechtbank op drie jaar te stellen redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is met meer dan twee jaar overschreden. Daarnaast houdt de rechtbank, gelet op een veroordeling van verdachte op 23 juli 2012 door de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo rekening met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen van het 10, 27, 36f, 47, 57, 60a, 63, 91, 225, 326 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 82 van de Wet op het kredietwezen 1992 (oud) en artikel 3:5 van de Wet op het financieel toezicht.

9.De beoordeling van de civiele vorderingen

In totaal hebben tweeënveertig (42) benadeelde partijen een vordering ingediend tot de vergoeding van de geleden schade ter zake van de bewezenverklaarde feiten. In bijlage 1 bij dit vonnis is gevoegd een overzicht van de benadeelde partijen en hun respectieve vorderingen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van de justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de benadeelde partijen vergoed moet worden een bedrag gelijk aan de inleg minus ontvangen rendement. De benadeelde partijen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen voor zover deze zien op materiële kosten. Beoordeling daarvan vormt een onevenredige belasting van het strafgeding.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten bepleit en verzocht om de benadeelde partijen om die reden niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair is bepleit dat behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen een onevenredige belasting van het strafproces oplevert vanwege de hoeveelheid vorderingen en de omvang daarvan. De benadeelde partijen zouden daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
Beoordeling door de rechtbank
Ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in hun vordering
Een benadeelde partij is alleen ontvankelijk in haar vordering tot vergoeding van schade indien aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit. Indien de behandeling van een schadevordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert, kan de rechtbank bepalen dat deze niet-ontvankelijk is.
De rechtbank komt in de zaak tegen verdachte tot een bewezenverklaring van vrijwel alle onderdelen van de ten laste gelegde feiten. Verdachte krijgt daarvoor ook straf opgelegd. Verder is de rechtbank van oordeel dat het enkele feit dat een groot aantal benadeelde partijen een vordering heeft ingediend, op zichzelf geen onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De benadeelde partijen zijn daarom in beginsel ontvankelijk in hun vorderingen.
Wel wordt benadeelde partij [benadeelde 49] gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Zijn vordering bedraagt in totaal € 190.000,-. Uit de schriftelijke toelichting op de vordering en de daarbij gevoegde stukken begrijpt de rechtbank dat de vordering van [benadeelde 49] de som betreft van zijn eigen inleg ad € 95.000,- en de inleg van zijn echtgenote mevrouw [benadeelde 65] ad € 95.000,-. De rechtbank begrijpt uit genoemde toelichting echter ook dat mevrouw [benadeelde 65] in maart 2013 is overleden. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat benadeelde partij [benadeelde 49] het gedeelte van de vordering met betrekking tot de inleg van zijn echtgenote heeft ingediend als erfgenaam en/of als vertegenwoordiger van eventuele erfgenamen. Op grond van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering kunnen erfgenamen zich echter alleen als benadeelde partij voegen indien de benadeelde – in dit geval mevrouw [benadeelde 65] – ten gevolge van het strafbare feit is overleden. Daarvan is in het geval van mevrouw [benadeelde 65] echter niet gebleken.
De rechtbank gaat er van uit dat benadeelden [benadeelde 66], [benadeelde 26], [benadeelde 27] en [benadeelde 28], [benadeelde 29], [benadeelde 30], [benadeelde 31], [benadeelde 32], [benadeelde 33], [benadeelde 34], [benadeelde 35], [benadeelde 36], [benadeelde 67] en [benadeelde 38]hun respectieve vorderingen bij brief van 23 oktober 2014 van mr. Dappers
– met als bijlage een voegingsformulier – hebben gewijzigd in die zin dat steeds gevorderd wordt de inleg plus kosten, vermeerderd met wettelijke rente en kosten voor rechtsbijstand.
Inhoudelijke beoordeling van de vorderingen
De rechtbank stelt vast dat alle benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van de bewezen verklaarde feiten. De schade bedraagt in ieder geval de inleg in [bedrijf 1], waaronder steeds wordt begrepen – voor zover gevorderd – de door de benadeelde partij aan [bedrijf 1] betaalde administratie-/inlegkosten ter hoogte van 3% over de inleg. Dat is de schade die voor toewijzing in aanmerking komt.
Een groot aantal benadeelde partijen heeft naast de inleg ook vergoeding van andere schadeposten en/of kosten gevorderd. Het gaat onder meer om niet-ontvangen of gederfd rendement, kosten voor advies en wettelijke rente.
De rechtbank wijst hiervan uitsluitend toe – voor zover gevorderd – de wettelijke rente en wel vanaf de datum van dit vonnis (10 december 2014). Behandeling van de andere gevorderde schadeposten en kosten levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. Deze delen van de vorderingen worden dan ook niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelden kunnen deze delen aan de civiele rechter voorleggen.
Het voorgaande betekent overigens dat ook buiten beschouwing worden gelaten de eventueel door benadeelden ontvangen rendementen. Deze rendementsuitkeringen worden niet in mindering gebracht op de als schade toe te wijzen inleg in [bedrijf 1]. De rendementsuitkeringen strekken namelijk niet tot vergoeding van schade maar zien enkel op de nakoming van een contractuele verplichting.
In sommige gevallen hebben benadeelden een lager schadebedrag gevorderd dan dat zij hebben ingelegd. Deze benadeelde partijen hebben dan van hun inleg afgetrokken het bedrag dat zij aan rendement hebben ontvangen doch bij die inleg niet opgeteld een bedrag voor nooit-ontvangen rendement. De rechtbank kan niet anders dan uitgaan van het gevorderde bedrag. Het staat de rechtbank namelijk niet vrij om meer toe te wijzen dan door een benadeelde partij is gevorderd. Wel legt de rechtbank in deze gevallen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op voor een bedrag gelijk aan de inleg.
Indien gemaakt, worden op de voet van artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering aan de betreffende benadeelde partijen ook toegewezen kosten voor rechtsbijstand. Deze kosten worden steeds gesteld op 0,5 punt van het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven in verband met het opstellen en indienen van de schadevordering. Zijn er geen proceskosten gemaakt, dan worden deze gesteld op nihil.
De veroordeling tot schadevergoeding zal hoofdelijk zijn. De verdachte is aldus niet meer gehouden tot vergoeding van schade indien en voor zover de schade door de medeverdachte [medeverdachte] is voldaan.
Tot zekerheid voor daadwerkelijke betaling van de schade zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen. De wettelijke rente en vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen. De rechtbank zal bevelen dat bij niet-betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast. Het aantal dagen vervangende hechtenis wordt voor het totale bedrag gemaximeerd tot 152. Per afzonderlijke vordering bedraagt het aantal dagen vervangende hechtenis maximaal vijf (5).
In bijlage 1 bij dit vonnis is per verdachte weergegeven welke bedragen voor vergoeding in aanmerking komen, tot welk bedrag de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd en hoeveel dagen vervangende hechtenis kunnen worden toegepast.

10.De beslissing

De rechtbank:
- met betrekking tot feit 2: verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk ten aanzien van de ten laste gelegde pleegperiode van 1 augustus 2005 tot en met 14 juni 2006;
- verklaart de officier van justitie voor het overige ontvankelijk in de vervolging van verdachte;
- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder 4, heeft begaan;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten:
Ten aanzien van feit 1 primair en feit 4 primair (telkens):
medeplegen van oplichting
Ten aanzien van feit 2:
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, terwijl dit feit opzettelijk wordt begaan, meermalen gepleegd
en
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, terwijl dit feit opzettelijk wordt begaan, meermalen gepleegd
Ten aanzien van feit 3:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
en
medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd
  • verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
  • veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot
- beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.
De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen
- wijst toe de respectieve vorderingen van de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage 1 van dit vonnis en veroordeelt de veroordeelde – met dien verstande dat indien en voorzover de medeverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover de betreffende benadeelde partij zal zijn gekweten – tegen kwijting aan de betreffende benadeelde partij het aldus toegewezen bedrag te betalen, vermeerderd – indien gevorderd door de benadeelde partij – met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis, te weten 10 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, zoals vermeld in Bijlage 1 van dit vonnis en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken;
- legt op aan veroordeelde – met dien verstande dat indien en voorzover de medeverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partijen zal zijn gekweten – de verplichting aan de Staat ten behoeve van de
42 slachtoffers, te betalen de som van in totaal
€ 2.354.550,- (tweemiljoendriehonderdvierenvijftigvijfhonderdvijftig euro), zoals vermeld in bijlage 1 van dit vonnis, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van in totaal 152 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Aldus gewezen door:
mr. Van Lookeren Campagne, voorzitter, mr. Prisse en mr. Sonneveldt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Koster, griffier
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2014.
Mr. Sonneveldt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage 1
Benadeelde partij
Gevorderd (€)
Toegewezen (€)
Kosten rechtsbijstand (€)
Wettelijke rente vanaf 10‑12‑2014
Bedrag van de maatregel (€)
Hechte-
nis (dagen)
1
[benadeelde 1]
61.200,00
61.200,00
nihil
N.v.t.
61.800,00
5
2
- [benadeelde 2]
- [benadeelde 3]
73.183,25
73.183,25
nihil
N.v.t.
100.000,00
5
3
- [benadeelde 4]
- [benadeelde 5]
65.472,19
61.800,00
nihil
N.v.t.
61.800,00
5
4
[benadeelde 6]
53.153,90
50.000,00
nihil
Ja
50.000,00
4
5
[benadeelde 7]
41.500,00
41.500,00
nihil
N.v.t.
55.000,00
5
6
[benadeelde 8]
87.550,00
87.550,00
nihil
N.v.t.
87.550,00
5
7
[benadeelde 9]
24.250,00
24.250,00
nihil
N.v.t.
25.750,00
2
8
[benadeelde 10]
35.100,00
35.100,00
nihil
N.v.t.
46.350,00
4
9
[benadeelde 11]
23.750,00
23.750,00
nihil
N.v.t.
25.750,00
2
10
[benadeelde 12]
60.000,00
60.000,00
nihil
N.v.t.
77.250,00
5
11
- [benadeelde 13]
- [benadeelde 14]
159.000,00
141.500,00
nihil
N.v.t.
141.500,00
5
12
[benadeelde 15]
130.000,00
130.000,00
nihil
N.v.t.
130.000,00
5
13
[benadeelde 16]
42.600,18
42.600,18
nihil
N.v.t.
51.500,00
4
14
[benadeelde 17]
40.800,00
30.000,00
nihil
N.v.t.
30.000,00
3
15
[benadeelde 18]
78.625,52
51.500,00
nihil
N.v.t.
51.500,00
4
16
[benadeelde 19]
22.790,00
22.790,00
nihil
N.v.t.
30.900,00
3
17
[benadeelde 20]
25.750,00
25.750,00
nihil
Ja
25.750,00
2
18
[benadeelde 21]
50.000,00
50.000,00
nihil
N.v.t.
50.000,00
4
19
[benadeelde 22]
10.300,00
10.300,00
nihil
N.v.t.
10.300,00
1
20
[benadeelde 23]
35.000,00
35.000,00
nihil
Ja
51.500,00
4
21
[benadeelde 24]
43.000,00
43.000,00
nihil
N.v.t.
51.500,00
4
22
[benadeelde 25]
34.438,93
30.900,00
200,00
Ja
30.900,00
3
23
[benadeelde 26]
28.699,11
25.750,00
200,00
Ja
25.750,00
2
24
- [benadeelde 27]
- [benadeelde 28]
229.592,87
204.500,00
400,00
Ja
204.500,00
5
25
- [benadeelde 29]
- [benadeelde 30]
45.918,57
41.200,00
300,00
Ja
41.200,00
4
26
[benadeelde 31]
57.398,22
51.500,00
300,00
Ja
51.500,00
4
27
[benadeelde 32]
28.699,11
25.750,00
200,00
Ja
25.750,00
2
28
[benadeelde 33]
28.699,11
25.750,00
200,00
Ja
25.750,00
2
29
[benadeelde 34]
57.398,22
51.500,00
300,00
Ja
51.500,00
4
30
[benadeelde 35]
40.178,75
36.050,00
200,00
Ja
36.050,00
3
31
- [benadeelde 36]
- [benadeelde 37]
46.121,85
41.250,00
600,00
Ja
41.250,00
4
32
[benadeelde 38]
28.699,11
25.750,00
200,00
Ja
25.750,00
2
33
[benadeelde 39]
28.576,16
25.750,00
200,00
Ja
25.750,00
2
34
[benadeelde 40]
40.178,75
35.000,00
200,00
Ja
35.000,00
3
35
[benadeelde 41]
57.398,22
51.500,00
300,00
Ja
51.500,00
4
36
[benadeelde 42]
57.398,22
51.500,00
300,00
Ja
51.500,00
4
37
[benadeelde 43]
97.927,00
81.500,00
nihil
Ja
81.500,00
5
38
- [benadeelde 44]
- [benadeelde 45]
25.750,00
25.750,00
nihil
N.v.t.
25.750,00
2
39
[benadeelde 46]
40.851,00
35.000,00
nihil
N.v.t.
35.000,00
3
40
[benadeelde 47]
89.000,00
89.000,00
nihil
N.v.t.
128.000,00
5
41
[benadeelde 48]
41.000,00
41.000,00
nihil
N.v.t.
50.000,00
4
42
[benadeelde 49]
190.000,00
95.000,00
nihil
N.v.t.
95.000,00
5