Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2014:7887

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 december 2014
Publicatiedatum
18 december 2014
Zaaknummer
AWB - 14 _ 5343
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. Groverman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 3 lid 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij beoordeling last onder dwangsom

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe, waarin hun verzoek tot verlenging van de begunstigingstermijn van een last onder dwangsom werd afgewezen. Dit verzoek betrof een verlenging tot zes weken na uitspraak in een andere procedure (zaak 14/164).

De rechtbank heeft in een samenhangende uitspraak in zaak AWB 14/164 het besluit waarop het verzoek tot verlenging was gebaseerd vernietigd en het verzoek van de derde-partij tot handhaving afgewezen. Hierdoor is komen vast te staan dat eisers geen belang meer hebben bij de beoordeling van het bestreden besluit in deze procedure.

Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast wordt geen nadere proceskostenveroordeling opgelegd, maar wordt verweerder wel verplicht het door eisers betaalde griffierecht van €165 te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Gelderland te Arnhem op 19 december 2014, en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en het griffierecht wordt aan eisers vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 14/5343

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eisers], eisers

(gemachtigde: mr. A.M. van Eik),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe, verweerder.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
[derde-partij]
(gemachtigde: mr. drs. D.H. Pols).

Procesverloop

Bij besluit van 16 januari 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eisers afgewezen om de begunstigingstermijn van de bij besluit (a) van verweerder van 23 april 2013 aan hen opgelegde de last onder dwangsom te verlengen tot zes weken na de uitspraak van de rechtbank op het door hen ingestelde beroep (zaak 14/164) tegen het besluit (b) van verweerder van 19 november 2013, verzonden 27 november 2013, op hun bezwaar.
Bij besluit van 26 juni 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting in de zaken AWB 14/107, 14/164, 14/3704 en 14/5343 heeft gevoegd plaatsgevonden op 23 september 2014.
Eisers zijn verschenen, bijgestaan door mr. A.M. van Eik.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. van Laar.
Voor de derde-partij zijn verschenen [naam] en mr. drs. D.H. Pols.

Overwegingen

Bij uitspraak van heden in zaak AWB 14/164 heeft de rechtbank – voor zover hier van belang – het beroep van eisers tegen voormeld besluit (b) van 19 november 2013 gegrond verklaard, dit besluit (b) vernietigd, het besluit (a) van 23 april 2013 herroepen en het verzoek om handhaving van de derde-partij afgewezen.
Hieruit volgt dat, nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, eisers geen belang meer hebben bij een rechterlijke beoordeling van het thans bestreden besluit.
Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
In verband met de samenhang van deze procedure met zaak AWB 14/164 en de evenbedoelde uitspraak, waarin verweerder tevens is veroordeeld in de proceskosten van eisers in die zaak, acht de rechtbank – gelet op de artikelen 2 en 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht – geen termen aanwezig voor een nadere proceskostenveroordeling in verband met de onderhavige procedure.
Wel ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
gelast dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht groot € 165 aan hen vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Groverman, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M.G.J. Litjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.