Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek en het standpunt van de rechter
Van de zijde van de rechtbank is op 27 november 2014 bepaald dat de rechter de voorzieningenrechter zal zijn.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter die was aangewezen als voorzieningenrechter in een kort geding procedure. De wraking was gebaseerd op het lidmaatschap van de rechter in de Kamer van Toezicht voor notarissen en kandidaat-notarissen.
De rechter voerde verweer dat de zaak nog niet was aangebracht bij de kantonrechter en dat partijen het eens waren over de onbevoegdheid van de rechter. Hierdoor was het wrakingsverzoek prematuur, omdat de rechter nog geen bemoeienis met de zaak had gehad.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Rechtsvordering wraking alleen mogelijk is als een rechter een zaak daadwerkelijk behandelt. Omdat de dagvaarding nog niet was betekend en de zaak niet was uitgeroepen, was er geen sprake van een zaak als bedoeld in dat artikel.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter nog geen kennis had genomen van de zaak en partijen het eens waren over zijn onbevoegdheid.