Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
non usus(artikelen 754-757 van het oude BW) tenietgegaan kunnen zijn.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak stond de uitleg van een erfdienstbaarheid van uitweg centraal, waarbij de notariële akte uit 1894 geen duidelijkheid gaf over welk perceel werd belast. De rechtbank constateerde dat beide percelen in de akte als belast werden genoemd, maar dat het niet aannemelijk was dat er geen heersend erf was. Uit onderzoek en de plaatselijke situatie bleek dat het noordelijk deel van een perceel als heersend erf diende en het westelijk deel van een ander perceel als lijdend erf.
De rechtbank nam mee dat de erfdienstbaarheid in fysieke zin overeenkomt met een uitweg van de nieuwe toegangsdeur van de gedaagden over een adres naar een ander adres. Verder werd gekeken naar de situatie van een oude en nieuwe garage met een verplaatste deur en een hekwerk dat mogelijk het gebruik van de erfdienstbaarheid heeft verhinderd.
De rechtbank stelde dat door het langdurig niet gebruiken (non usus) en het bouwen van een muur die het gebruik van de uitweg onmogelijk maakte, de erfdienstbaarheid mogelijk teniet is gegaan. Omdat partijen zich hierover nog niet hadden uitgelaten, werd de zaak aangehouden voor nadere schriftelijke toelichting. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.J. van Acht op 3 december 2014.
Uitkomst: De rechtbank hield de zaak aan voor nadere schriftelijke toelichting over non usus en stelde de verdere beslissing uit.