Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen legde eisers een last onder dwangsom op om het gebruik van een voormalig bedrijfspand aan de [locatie] te Nijmegen als woning te staken en illegale verbouwingen ongedaan te maken. Eisers voerden onder meer aan dat het planvoorschrift onduidelijk was en dat sprake was van een vergunning van rechtswege.
De rechtbank oordeelde dat het pand niet als bestaande woning op het achterterrein kan worden aangemerkt en dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan “Nijmegen Heyendaal”. De stellingen van eisers over onduidelijkheid van het planvoorschrift en het bestaan van een vergunning van rechtswege werden verworpen.
Verder concludeerde de rechtbank dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat, mede omdat de vergunning onherroepelijk is geweigerd en het pand niet voldoet aan de vereisten voor ontsluiting. De last was voldoende duidelijk, ondanks een onduidelijke verwijzing naar een bouwvergunning uit 1910.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de begunstigingstermijn voor het ongedaan maken van de illegale verbouwingen werd verlengd tot zes weken na verzending van de uitspraak, zodat eisers zonder dwangsommen aan de last kunnen voldoen.