Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
Verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje tussen januari 2010 en april 2012. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk. Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer en haar broer, ondersteund door DNA-materiaal gevonden op de broek van het slachtoffer.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren door beïnvloeding tijdens het verhoor en dat het DNA-materiaal niet betrouwbaar was omdat de kleding niet deskundig was veiliggesteld en het DNA ook op andere manieren op de broek kon zijn gekomen. De rechtbank oordeelde dat het DNA-materiaal niet uitsluit dat het op een andere wijze dan het ten laste gelegde feit op de broek terecht is gekomen.
Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd vrijgesproken. Daarnaast werden de inbeslaggenomen kledingstukken teruggegeven aan het slachtoffer. De civiele schadevordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het strafbare feit niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met een minderjarige.