Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
,
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen een deelgenoot van een gemeenschap en een BV over huurprijswijzigingen en huurachterstanden van twee panden die aan de BV zijn verhuurd. De gemeenschap bestaat uit twee deelgenoten die gezamenlijk eigenaar zijn van de panden. De BV huurt een vergaderzaal en kantoren in pand A en het gehele pand B.
De BV verhuurde pand B sinds 2010 aan een werkneemster tegen een lagere huurprijs, die zij rechtstreeks aan de gemeenschap betaalde. De eisende deelgenoot stelt dat de BV vanaf 2013/2014 een huurachterstand heeft en vordert nakoming en betaling van achterstallige huur en incassokosten.
De BV betwist onderhuur en beroept zich op rechtsverwerking omdat de deelgenoot pas jaren later protesteerde, nadat hij geen aandeelhouder meer was. De kantonrechter oordeelt dat de deelgenoot rechtsverwerking heeft gepleegd, waardoor de vordering voor pand B vervalt. Voor pand A is onduidelijkheid over de huurprijsverhoging en achterstanden, waarvoor nader bewijs en procedure worden gelast.
Uitkomst: Vordering huurachterstand pand B afgewezen wegens rechtsverwerking; huurprijs en achterstanden pand A nader onderzocht.