Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
3.De beslissing
niet bewezen, dat verdachte het
onder 1, 2 en 3 tenlastegelegdeheeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland sprak een 79-jarige man vrij van ontucht met zijn drie kleindochters. De tenlastelegging betrof ontuchtige handelingen in de periode 2002-2011, waarbij de man werd beschuldigd van het betasten van de borsten en/of geslachtsdelen van de minderjarige kleindochters. De officier van justitie eiste bewezenverklaring van alle feiten, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
De rechtbank overwoog dat verklaringen van de slachtoffers in zedenzaken extra zorgvuldig moeten worden gewogen, zeker bij ontkenning door verdachte. Voor de feiten met twee kleindochters ontbrak voldoende steunbewijs in andere bronnen dan de verklaringen zelf, waardoor deze feiten niet bewezen konden worden verklaard. Ook voor de derde kleindochter werd vrijspraak gegeven, ondanks gedeeltelijke bekentenis, omdat het essentiële bestanddeel van toevertrouwen aan de zorg of waakzaamheid van verdachte ontbrak. De man logeerde namelijk bij de ouders van het slachtoffer, die aanwezig waren, zodat geen sprake was van toevertrouwen in de zin van artikel 249 Sr Pro.
Hoewel verdachte erkende ontuchtige handelingen te hebben gepleegd in een weekend in december 2011, kon hij niet worden veroordeeld omdat de tenlastelegging uitsluitend op artikel 249 Sr Pro was gebaseerd en het vereiste toevertrouwen ontbrak. De rechtbank benadrukte dat zij gebonden was aan de tenlastelegging en daarom vrijspraak moest uitspreken. De uitspraak illustreert de strikte bewijs- en wetsinterpretatie in zedenzaken, waarbij ook schrijnende situaties kunnen leiden tot vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs en het ontbreken van toevertrouwen in de zin van artikel 249 Sr.