Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Stichting Standvast Wonen
Rechtbank Gelderland
De huurder verhuurt sinds 2009 een zelfstandige woonruimte met een huurprijs boven de liberalisatiegrens van verhuurder Stichting Standvast Wonen. In de huurovereenkomst is bepaald dat de huur jaarlijks wordt aangepast aan het door het ministerie van VROM vastgestelde huurverhogingspercentage, verhoogd met 1%. Standvast verhoogde de huur per 1 juli 2013 op basis van het inkomensafhankelijke huurverhogingspercentage, wat leidde tot een geschil over de uitleg van het huurverhogingsbeding.
De huurder vorderde dat de huurverhoging beperkt zou worden tot het inflatiepercentage plus 1%, dan wel het basishuurverhogingspercentage van 4%, zonder de contractuele 1% verhoging. Standvast stelde dat het huurverhogingspercentage in de overeenkomst het maximale door het ministerie vastgestelde percentage betreft, dat sinds 1 juli 2013 inkomensafhankelijk is vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat het huurverhogingsbeding niet beperkt kan worden uitgelegd als alleen het inflatiepercentage. De tekst en context van de overeenkomst, alsmede de wettelijke en beleidsmatige achtergrond, ondersteunen dat het maximale door het ministerie vastgestelde percentage geldt. De vorderingen van de huurder werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen; het huurverhogingsbeding verwijst naar het maximale door het ministerie vastgestelde percentage inclusief inkomensafhankelijke verhoging.