ECLI:NL:RBGEL:2015:134
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Groverman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking omgevingsvergunning vleermuizentoren wegens ontbreken onjuiste opgave
Bij besluit van 31 maart 2014 trok het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een vleermuizentoren in. Dit gebeurde op grond van artikel 5.19, eerste lid, onder a, van de Wabo, waarbij werd gesteld dat de vergunning ten onrechte was verleend wegens een onjuiste opgave in de aanvraag. De aanvrager, eiser, stelde dat hij de vergunning rechtmatig had verkregen en dat de intrekking onterecht was.
De rechtbank overwoog dat het bestuursorgaan de bewijslast draagt om aan te tonen dat de aanvraag onjuist of onvolledig was. Uit de stukken en de zitting bleek dat eiser het bouwwerk heeft aangevraagd met het doel het te gebruiken als vleermuizentoren en dat voorzieningen waren getroffen om vleermuizen te huisvesten. Hoewel er twijfel bestond over de geschiktheid van het bouwwerk, was niet aangetoond dat het feitelijk ongeschikt was voor het vergunde gebruik.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking daarom onrechtmatig was en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd het primaire besluit herroepen en werd bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning en herroept het primaire besluit wegens het ontbreken van een onjuiste of onvolledige opgave.