ECLI:NL:RBGEL:2015:1469
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Ontheffing medewerking vestiging vruchtgebruik woning en inboedel na overlijden erflater
Na het overlijden van erflater is een geschil ontstaan tussen de enig erfgenaam en testamentair executeur en de langstlevende geregistreerd partner over het recht van vruchtgebruik op de woning en inboedel. Erflater had zijn partner en kinderen onterfd en de partner betwist de geldigheid van het testament.
De langstlevende partner woont in een eigen woning waar zij tevens een modewinkel exploiteert en verblijft niet permanent in de woning van erflater. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een gezamenlijk bewoonde woning en dat de langstlevende geen behoefte heeft aan het vruchtgebruik als voorzien in artikel 4:29 BW Pro.
Het verzoek van de erfgenaam om de verplichting tot medewerking aan het vestigen van vruchtgebruik op te heffen wordt toegewezen. Daarnaast wordt het verzoek van de langstlevende partner tot ontslag van de executeur niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen erfgenaam is. De kantonrechter wijst voorts verzoeken af die niet via de juiste procedure zijn ingediend.
De proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Verzoek tot ontheffing medewerking vestiging vruchtgebruik op woning en inboedel wordt toegewezen; verzoeken tot ontslag executeur worden niet-ontvankelijk verklaard.