Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
1.788,00(2,0 punten × tarief € 894,00)
2.682,00(3,0 punten × tarief € 894,00)
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagde stond de vraag centraal of gedaagde recht had op betaling voor werkzaamheden die hij in 2012 voor eiser zou hebben verricht tegen een uurtarief van €57 inclusief btw, en of hij in totaal 870 uren had gewerkt. De rechtbank verwees naar een tussenvonnis waarin gedaagde was opgedragen dit te bewijzen met een nadere specificatie van de werkzaamheden.
Gedaagde overlegde urenverantwoordingen, e-mails en sms-berichten en deed getuigen horen, waaronder zichzelf, eiser en derden. De rechtbank oordeelde dat de getuigenverklaring van gedaagde geen zelfstandig bewijs kon opleveren zonder sterk aanvullend bewijs. Gedaagde slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er een afspraak was over het uurtarief en het aantal uren.
Uit de verklaringen bleek dat in 2011 een andere afspraak bestond waarbij gedaagde werkzaamheden verrichtte tegen een vergoeding van €1 per gewerkt uur, die kon worden ingewisseld voor werkzaamheden aan zijn eigen woning. Voor 2012 waren er geen concrete afspraken over betaling, en de werkzaamheden in dat jaar waren beperkt en incidenteel. De rechtbank concludeerde dat gedaagde onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn vordering.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van een bedrag van €51.792, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 8 juli 2013, en wees de vorderingen in reconventie af. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiser. Het vonnis werd gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2015.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van gedaagde af wegens onvoldoende bewijs en veroordeelt hem tot betaling van €51.792 met wettelijke rente en proceskosten.