Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie te Almelo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
9. Eiser heeft zowel in bezwaar als in beroep betoogd dat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding kennelijk onredelijk is voor zover het inhoudt dat bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd van een verzoeker die houder is van een afgeleide verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de verblijfgever Nederlander is of in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. In de Handleiding is niet toegelicht waarom een dergelijke verblijfsvergunning wordt aangemerkt als een vergunning die een verblijfsrecht geeft dat naar zijn aard tijdelijk is. Er bestaat geen grond voor het in Bijlage 2 en 3 van de Handleiding gemaakte onderscheid tussen het al dan niet tijdelijke karakter van de verblijfsvergunning asiel die is verleend in het kader van gezinshereniging en dat van de verblijfsvergunning regulier die is verleend voor gezinshereniging, aldus eiser.
10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit niet dan wel onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op voornoemde gronden van eiser. Verweerder heeft ook in zijn verweerschrift niet gemotiveerd waarom voornoemd beleid niet onredelijk is te achten. Niet inzichtelijk is gemaakt waarom in het beleid het bezit van een afgeleide verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor een gezinshereniger die in Nederland verblijft bij een hoofdpersoon met de Nederlandse nationaliteit of verblijfsrecht voor onbepaalde tijd wel met zich brengt dat bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd van die gezinshereniger en dit niet het geval is wanneer die gezinshereniger in Nederland verblijft bij een dergelijke hoofdpersoon op grond van een tijdelijke verblijfsvergunning regulier. Het besluit is derhalve niet deugdelijk gemotiveerd.”
1. Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 26 kan Pro worden verleend aan de vreemdeling:
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1225;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht groot € 165 aan hem